Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: dinsdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

dinsdag

Keuze: Readspeaker uit.

Lees voor

U luistert naar HandicapNieuws UPDATE van dinsdag 18 september 2018.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Haperende ict in de zorg: verkeerde medicatie, foute beslissingen.
Farmaceutische industrie werkt aan 'noodzakelijke afspraken' voor betaalbare medicijnen.
Verpleegkundigen zijn faxen en overtikken van patiëntgegevens zat.
DCVA: Hart- en vaatziekten in 2030 met een kwart verlaagd.
Zorginstelling direct dicht: cliënt zonder toezicht in extra beveiligde kamer.
Meer aandacht nodig voor regels röntgenfoto’s kinderen.
Dromen over wonen: wat kan het VN-verdrag betekenen?
Tarieven jeugdhulp altijd struikelblok.
VPRO Tegenlicht: peperdure pillen.
Contactvrije thermometers kunnen niet nauwkeurig meten.
Reinigen tussen je tanden: waarom is het belangrijk?
Pleidooi voor een menselijker Nederland.
Ziekenhuizen borgen open beleid op verschillende wijzen.
Invoering kwaliteitsstandaard 'Acuut Herseninfarct' succesvol.
Wildgroei dienstverbanden gehandicapten onwenselijk.
CDA wil speciale huisregels voor forensische sector.
Levensloopbestendig bouwen: aan de bak!
SCP: Minder mensen aan het werk door Participatiewet.
Verhoging lage BTW-tarief: extra rekening van € 174 miljoen voor zorgsector.
Pesten op school neemt verder af.
Linda dacht door Google dat ze MS had: 'Het maakt je kapot'.
Zeewieren en algen: hoe gezond zijn ze?
INFOpunt: Hoe gebruik ik de Europese Gehandicaptenparkeerkaart?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: HAPERENDE ICT IN DE ZORG: VERKEERDE MEDICATIE, FOUTE BESLISSINGEN.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch.

Een patiënt die een nierstoornis oploopt, mensen die te lang of een verkeerde dosis medicatie krijgen - de problemen met communicatie in de zorg betekenen niet alleen veel werkdruk, maar hebben ook gevolgen voor de veiligheid van patiënten.

De NOS kreeg na een rondgang honderden reacties van zorgmedewerkers, waaronder bijna tweehonderd reacties van zorgmedewerkers die voorbeelden gaven van hachelijke situaties als gevolg van haperende ict. De meesten willen anoniem blijven.

Zo vertelt een verpleegkundige in een ziekenhuis over een patiënt die overkwam uit een ander ziekenhuis, maar onduidelijk was waarvoor. "Pas na twee uur werd duidelijk dat de patiënt met spoed moest worden gedialyseerd en dat hij daarom was overgekomen naar ons ziekenhuis", zegt ze.

Dialyse is nodig voor patiënten bij nierproblemen: bij hen maken de nieren het bloed niet meer schoon, waardoor dat met een kunstnier moet gebeuren. Als dat te laat of niet gebeurt, is dat levensgevaarlijk.

'We leven in 2018, het is beschamend dat dit nog steeds zo is'

Een veelgehoord probleem onder zorgverleners is dat het missen van informatie over ziektes en gebruikte medicatie leidt tot gevaarlijke situaties. Patiënten kunnen verkeerde medicatie krijgen, die niet past bij medicijnen die ze al slikken. Of iemand komt in het ziekenhuis terecht en had al bepaalde problemen, maar de behandelaars weten dat niet, waardoor ze de verkeerde beslissingen nemen.

Zo geeft een medisch specialist in een academisch ziekenhuis het voorbeeld van een patiënt die binnenkwam met een herseninfarct. "We gaven hem toen bloedverdunners, maar die hadden we in zijn situatie niet moeten geven", schrijft de specialist.

Verpleegkundigen en artsen vragen wel aan patiënten wat voor medicijnen ze gebruiken, maar die weten dat ook niet altijd precies. "Patiënten weten niet alles en dat mogen we ook niet verwachten", schrijft een verpleegkundig specialist. Zij zegt dagelijks gevaarlijke situaties mee te maken doordat informatie ontbreekt.

Dat is ook gevaarlijk als patiënten allergisch zijn voor een bepaald medicijn. Die informatie komt niet automatisch van het ene in het andere systeem terecht, waardoor iemand dus medicijnen voorgeschreven kan krijgen waarvoor hij of zij juist allergisch is.

Papier.

Veel zorginstellingen leunen op papier: ze schrijven of printen dan een verwijsbrief of een zogeheten overdracht en geven die mee aan de patiënt. Maar mensen raken wel eens iets kwijt.

Bijvoorbeeld in het geval van een vrouw die werd doorverwezen van een ziekenhuis naar een wijkverpleegkundige. Die verwijsbrief raakte de vrouw kwijt, waarna de informatie niet meer kon worden opgevraagd in het ziekenhuis, omdat de verantwoordelijke verpleegkundige in het ziekenhuis al naar huis was.

Achteraf bleek de vrouw last te hebben van zogenoemde deliers, periodes van extreme verwardheid, en is ze in die toestand in de auto gestapt. "Ze is bijna gaan spookrijden op de snelweg. Dat had voorkomen kunnen worden als ik had geweten wat er in het ziekenhuis is gebeurd", schrijft de wijkverpleegkundige.

Ook een verpleegkundige op de hartbewaking in Amsterdam schrijft dat informatie vaak niet overeen komt. "Waardoor een patiënt een dubbele dosis krijgt, of niet de juiste medicatie."

Complicaties en doden.

Of al die problemen er ook toe leiden dat meer mensen complicaties krijgen of zelfs overlijden, is moeilijk te zeggen. Eerder dit jaar melddeRTL Nieuws dat veel dodelijke missers in de zorg komen door het slecht bijhouden van dossiers en communicatiefouten, maar of dat weer wordt veroorzaakt door de gebrekkige ict-infrastructuur is onbekend.







ARTIKEL: FARMACEUTISCHE INDUSTRIE WERKT AAN 'NOODZAKELIJKE AFSPRAKEN' VOOR BETAALBARE MEDICIJNEN.
bron: Redactioneel/RTLnieuws/ANP MediaWatch.

Farmaceuten werken aan een gedragscode die moet dienen als 'moreel kompas' voor de sector.

Dat zegt vice-voorzitter Aarnoud Overkamp van de Vereniging voor Innovatieve Geneesmiddelen die de code opstelt. Hij is tevens topman van farmaceut Takeda Nederland.

Tijd nodig.

"We willen laten zien dat onze bedrijven deugen", zegt Overkamp in een interview met de Volkskrant. Hij zegt dat het nog wel even duurt voordat er daadwerkelijk controleerbare afspraken op papier staan. "Dat heeft tijd nodig."







ARTIKEL: VERPLEEGKUNDIGEN ZIJN FAXEN EN OVERTIKKEN VAN PATIËNTGEGEVENS ZAT.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch.

Medewerkers in de zorg zijn veel tijd kwijt aan het overtikken, printen en faxen van gegevens van patiënten. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS onder ruim 700 zorgmedewerkers, onder wie 500 verpleegkundigen.

Honderden zorgverleners klagen dat ze veel tijd kwijt zijn aan het overtikken, vaak tot een uur per dag. "Beschamend", noemt Sonja Kersten de situatie. Zij is directeur van V&VN, de beroepsvereniging van verpleegkundigen.

Wat haar betreft moeten zorginstellingen een vuist maken tegen de ict-leveranciers en eisen dat de software beter gaat samenwerken. "Ict moet de zorg helpen, niet ingewikkelder maken", zegt Kersten.

Digitale systemen.

Vrijwel alle ziekenhuizen, huisartsen, apotheken en andere zorginstellingen zijn inmiddels over op digitale systemen, waarin ze informatie over patiënten opslaan. Het probleem is dat die systemen onderling vaak niet met elkaar praten, terwijl informatie over een patiënt soms toch naar een andere zorginstelling toe moet.

Dat is bijvoorbeeld het geval als iemand van een algemeen ziekenhuis wordt doorverwezen naar een universitair ziekenhuis, maar ook als iemand uit het ziekenhuis wordt ontslagen en wordt doorverwezen naar een instelling voor wijkverpleging.

In veel gevallen wordt die informatie per post of per fax doorgegeven, of krijgt een patiënt een handgeschreven of afgedrukt dossier mee, dat daarna moet worden overgetikt. Ziekenhuizen laten soms zelfs een taxi of een koerier rijden om röntgenscans of mri-beelden bij een andere zorginstelling te krijgen.

Risico's.

Al dat handwerk kost veel tijd, terwijl de werkdruk in de zorg toch al hoog is. Het brengt ook risico's met zich mee: zo kan het overtikken leiden tot tikfouten, waardoor patiënten bijvoorbeeld verkeerde doses medicijnen krijgen.

Faxen 'niet geschikt'.

Faxen zijn niet langer geschikt voor het uitwisselen van medische gegevens. Dat stelt Z-Cert, een organisatie die ict-beveiliging in de zorg coördineert. Beveiligingsonderzoekers wisten in te breken op fax-systemen van HP.

Daarnaast is fax-verkeer niet versleuteld, wat betekent dat onbevoegden zouden kunnen meelezen, al is dat technisch geen sinecure. Desondanks worden faxen nog vaak gebruikt: niet alleen binnen de zorg, maar ook in de rechtspraak en door bijvoorbeeld notarissen.

Meer dan de helft van de zorgverleners met wie de NOS in contact kwam, gaf aan dat de patiëntveiligheid door de niet-communicerende ict wel eens in het geding komt. "Je kunt je voorstellen dat als je telkens informatie moet overtikken van het ene in het andere systeem, er wel eens fouten worden gemaakt", zegt Kersten.

Ontbrekende informatie.

Op de afdeling spoedeisende hulp ontbreekt bovendien vaak belangrijke informatie over patiënten die binnenkomen. Het kan dagen duren tot relevante informatie is doorgefaxt.

Dat beaamt Marcel Daniëls, cardioloog in het Jeroen Bosch Ziekenhuis en voorzitter van de Federatie Medisch Specialisten. "Vorige week kreeg ik een patiënt binnen die een hartinfarct had gehad. Zijn familie gaf aan dat hij onder behandeling was in Utrecht", zegt Daniëls.

"Communicatie met andere zorginstellingen is in de praktijk eigenlijk onmogelijk."

Marcel Daniëls, voorzitter Federatie Medisch Specialisten.

"Maar waarvoor dan precies, dat wisten ze niet. Terwijl dat soort informatie heel belangrijk is." In dit geval moest er worden gebeld met het ziekenhuis in Utrecht. "Anno 2018 zou dat niet meer nodig hoeven zijn. Communicatie met andere ziekenhuizen, huisartsen of de wijkverpleging is in de praktijk eigenlijk onmogelijk."

Verouderd.

Ook kan informatie alweer verouderd zijn op het moment dat hij zijn bestemming bereikt. "Als we informatie al naar de volgende zorgverlener hebben gefaxt en iemand daarna twee dagen in het ziekenhuis blijft, kan er in die tijd alweer veel zijn veranderd", zegt Florian van Hunnik, verpleegkundige en chief nursing informatics officer bij het OLVG in Amsterdam.

Net als veel van zijn vakgenoten is hij veel tijd kwijt aan het overschrijven en faxen van informatie, bijvoorbeeld als een patiënt wordt doorverwezen naar de wijkverpleging. "Dat moeten we dan eerst intern met de hand overschrijven naar een ander systeem. Vervolgens gaat dat per fax naar de wijkverpleger en die gaat dat dan weer zitten invoeren."

Je eigen gezondheidsomgeving.

Het ministerie van VWS wil graag dat alle Nederlanders binnen twee jaar via internet hun zorgdosier kunnen inzien. Of die deadline wordt gehaald, is nog niet duidelijk. Uit een peiling van vakblad Arts en Auto blijkt dat veel zorgverleners kritisch zijn over het plan.

Als iemand uit het ziekenhuis wordt ontslagen, zit ook de apotheek met een probleem, zegt apotheker Cindy Hoonhout. "Wij krijgen dan vaak niet alle informatie over wat er in het ziekenhuis is gebeurd qua medicatie. Soms geeft het ziekenhuis die informatie op papier mee aan de patiënt, maar die komt dan niet bij ons terecht."

Terwijl die informatie wel belangrijk kan zijn, bijvoorbeeld voor het bepalen van de hoeveelheid medicatie die iemand veilig kan krijgen.

Landelijk patiëntendossier.

De politiek heeft geprobeerd om een landelijk systeem voor de uitwisseling van zorggegevens op te zetten: het Elektronisch Patiëntendossier. Dat systeem liep echter spaak op privacybezwaren: de Eerste Kamer vreesde dat dat systeem niet goed genoeg zou kunnen worden beveiligd.

E-mail.

"Waarom niet gewoon e-mailen in plaats van faxen", zou je denken? Dat mag niet zomaar vanwege privacywetgeving. E-mailen kan anno 2018 heel veilig, maar in lang niet alle gevallen is dat gegarandeerd, zodat een onbevoegde zou kunnen meekijken.

Het versleutelen van e-mails is een oplossing, maar is niet altijd even gebruiksvriendelijk. "We kregen onlangs een versleutelde e-mail, maar we hebben de inhoud ervan nooit kunnen zien", zegt een verpleegkundige tegen de NOS.

Sindsdien zijn er wel initiatieven geweest om gegevens uit te wisselen, zoals het Landelijk Schakelpunt (LSP). Maar in veel gevallen wordt daar geen gebruik van gemaakt: huisartsen zien er weinig in, meldde onderzoeksplatform Investico dit jaar.

Bovendien moeten mensen actief toestemming geven voordat iemands dossier mag worden aangesloten op het LSP. "De gemiddelde apotheker heeft 10.000 klanten, probeer die allemaal maar eens om toestemming te vragen", zegt apotheker Hoonhout.

Daarnaast is de informatie die via dat schakelpunt wordt uitgewisseld, niet compleet. "Zo zien we het niet altijd als iemand stopt met een medicijn en krijgen we geen uitslagen uit laboratoria."

Regionale initiatieven.

Ook initiatieven met namen als Whitebox, Zorgdomein, Zorgplatform en het 'Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional' hebben de papierwinkel in de zorg nog niet tot een einde gebracht.

"Er zijn veel regionale initiatieven, maar het lukt niet om alles op elkaar aan te sluiten", zegt Suzan Gipmans van Werkgroep Zorg 2025, een organisatie van jonge zorgmedewerkers. "Mensen in de zorg zijn bang dat er straks twintig van dit soort platforms zijn."

Veiligheid.

Privacy is een belangrijk argument tegen digitale uitwisseling. Maar de privacy is nú juist niet goed geregeld, denkt V&VN. "Nu slingeren overal papieren rond met patiëntgegevens, dat levert juist privacyzorgen op", zegt Kersten. "Als zorgsystemen met elkaar samenwerken en we beveiligen dat goed, is dat juist een verbetering voor de privacy."

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen is het ermee eens dat zorginstellingen samen "met de leveranciers van ict-systemen het gesprek moeten aangaan". "Leveranciers moeten zorgen dat ze ook met andere systemen kunnen koppelen, op een betaalbare manier. Het is tenslotte maatschappelijk geld", aldus de organisatie in een schriftelijke reactie.

En daar zit wel een probleem, zegt Gipmans. "Technisch kan er van alles, maar iemand moet het betalen", zegt ze. "En niemand lijkt bereid te zijn om te betalen voor het uitwisselen van patiëntgegevens."

"Netflix was nooit zo groot geworden als het alleen op televisies van Samsung had gewerkt."

Suzan Gipmans, Werkgroep Zorg 2025

Vreemd, vindt Gipmans dat. "Netflix was nooit zo groot geworden als het alleen op televisies van Samsung had gewerkt", vergelijkt ze de situatie in de zorg met die in het dagelijks leven.

"Iedere zorginstelling moet nu zelf onderhandelen met een ict-leverancier om uitwisseling mogelijk te maken", zegt Kersten van V&VN. "Zorginstellingen zouden samen moeten eisen dat gegevens van patiënten kunnen worden gekoppeld voor een eerlijke prijs, in plaats van dat ze allemaal de volle mep moeten betalen."

Chipsoft, een van de twee grote leveranciers van ict-systemen aan ziekenhuizen, is het eens met de kritiek dat het nu niet goed gaat. "Er gebeurt een hoop, maar het is wettelijk extreem complex om medische gegevens uit te wisselen zonder expliciete toestemming van de patiënt", schrijft dat bedrijf in een schriftelijke reactie. Het bedrijf vraagt de politiek dan ook om hulp.







ARTIKEL: DCVA: HART- EN VAATZIEKTEN IN 2030 MET EEN KWART VERLAAGD.
bron: Redactioneel/DCVA/NVVC/Zorg.nuANP MediaWatch.

Het aantal overlijdens en chronisch zieken door hart- en vaatziekten moet in 2030 met een kwart zijn verlaagd. Dat is de ambitie van de net opgerichte Dutch CardioVascular Alliance (DCVA). Twaalf wetenschappers, zorgprofessionals en organisaties op het gebied van hart- en vaatonderzoek zijn dit nieuw samenwerkingsverband aangegaan.

De krachten zijn op landelijk niveau gebundeld om tot betere oplossingen en opsporingen te kunnen komen. Deze oplossingen moeten vervolgens sneller naar de patiënt worden gebracht. De DCVA verwacht minimaal 1 miljard euro nodig te hebben om de doelstelling te halen. Dit geld zal worden gebruikt voor onderzoek, valorisatie en implementatie.

Floris Italianer, directeur van de Hartstichting en mede-initiatiefnemer, vindt hart- en vaatziekten 'de grootste gezondheidsuitdaging van onze toekomst'. Nederland heeft op dit moment 1.4 miljoen hart- en vaatpatiënten. Dit aantal zal naar verwachting in 2030 gestegen zijn tot 1.9 miljoen. Dagelijks overlijden er 106 mensen aan de gevolgen van een hart- of vaatziekte.







ARTIKEL: ZORGINSTELLING DIRECT DICHT: CLIËNT ZONDER TOEZICHT IN EXTRA BEVEILIGDE KAMER.
bron: Redactioneel/Telegraaf/ANP MediaWatch.

Bij zorginstelling Arduin in het Zeeuwse dorp Aagtekerke is het zo slecht gesteld met de zorg dat de locatie per direct dicht moet. De veertien bewoners met een verstandelijke beperking moeten binnen zeven dagen worden overgedragen aan een andere zorginstelling, meldt de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Volgens Arduin gaat het om zeven cliënten.

Volgens de inspectie zijn medewerkers niet in staat om de juiste zorg te verlenen. Zo springt de organisatie onzorgvuldig om met vrijheidsbeperkende maatregelen bij bewoners. Één cliënt werd door de gezondheidsinspectie aangetroffen in een extra beveiligde kamer, terwijl niemand toezicht hield. Ook was het onduidelijk waarom de persoon daar zat en was er niets vastgelegd in het cliëntdossier.

Eind juni is een cliënt met een gedwongen opname overleden. De man was weggelopen uit de instelling en werd dood aangetroffen in Middelburg. Hij nam waarschijnlijk een overdosis drugs.

In een persbericht noemt Arduin ’krapte op de arbeidsmarkt’ als oorzaak voor de problemen. Daardoor is volgens de instelling sprake van ’een te geringe personeelsbezetting’.







ARTIKEL: MEER AANDACHT NODIG VOOR REGELS RÖNTGENFOTO’S KINDEREN.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid/IGJ.

Tandartsen moeten zich beter houden aan de regels rondom röntgenfoto’s bij kinderen. Dat concludeert de IGJ na onderzoek met de NZa. Tijdens de Week van de Mondzorg (maart 2018), keken beide organisaties samen naar het inzetten van radiologie bij jonge kinderen.

Elke keer dat er een röntgenfoto gemaakt wordt, komt er straling vrij. Daar moeten tandartsen voorzichtig en bewust mee omgaan. Vooral bij jonge kinderen, omdat zij hier extra gevoelig voor zijn.

Noodzaak röntgenfoto’s.

Uit het onderzoek bleek dat de noodzaak voor het maken van röntgenfoto’s vaak niet vermeld staat in het patiëntdossier. Ook de resultaten van de foto zijn vaak niet terug te vinden. Het is belangrijk dat deze zaken worden vastgelegd om de patiënt zo goed mogelijk te kunnen behandelen.

Informeren en toestemming vragen.

Ook is het belangrijk dat tandartsen de kinderen en hun ouders goed vertellen waarom het nodig is om een röntgenfoto te maken en wat de risico’s zijn. Ze moeten hier ook toestemming voor vragen.

Correct declareren.

Het aantal en soort foto’s dat opgenomen is in het dossier moet overeen komen met de in rekening gebrachte foto’s. Uit het onderzoek van de NZa bleek dat de meeste tandartsen op de juiste manier hebben geregistreerd en gedeclareerd. De tandartsen waar onvolkomenheden zijn aangetroffen, zijn hier op aangesproken. Zij moeten hun werkwijze aanpassen.

Hoe nu verder?

In het onderzoek zijn acht tandartspraktijken bezocht. De resultaten van deze bezoeken komen overeen met wat de IGJ in haar reguliere toezicht tegenkomt.

De komende tijd zal de inspectie controleren of de tandartsen zich aan de regels houden rondom de röntgenfoto’s bij kinderen.







ARTIKEL: DROMEN OVER WONEN: WAT KAN HET VN-VERDRAG BETEKENEN?
bron: Persbericht/Ieder(in).

Bent u ervaringsdeskundige of lokale belangenbehartiger van mensen met een fysieke of psychische aandoening of beperking? En wilt u weten hoe u het VN-verdrag kunt inzetten voor de woonbelangen van uw achterban? Kom dan dit najaar naar een regionale bijeenkomst in Amsterdam, Assen, Eindhoven, Gouda of Harderwijk.

U gaat met elkaar in gesprek over woondromen en hoe die in uw gemeente te realiseren. Vertegenwoordigers van plaatselijke stakeholders als de gemeente, woningcorporaties en zorginstellingen worden uitgenodigd om te reageren. Jan Troost, voorvechter van het VN-verdrag, zal deze bijeenkomsten leiden. De organisatie is in handen van MIND, Ieder(in) en de Patiëntenfederatie. De eerste drie bijeenkomsten zijn in afstemming met de Koepel Adviesraden Sociaal Domein.

Data en aanmelden.

Deelname aan de bijeenkomst is gratis, maar u moet zich wel aanmelden. Tijdens de bijeenkomsten in de avond, wordt er voor broodjes gezorgd.

Assen: woensdag 19 september. De bijeenkomst vindt plaats in Wijkcentrum De Schulp van 16.30 tot 19.00 uur. U kunt zich hier aanmelden
Eindhoven: woensdag 26 september. De bijeenkomst vindt plaats in Buurtcentrum de Rondweg van 16.30 tot 19.00 uur. (Deze bijeenkomst zit vol, u kunt zich niet meer aanmelden.)
?Amsterdam: donderdag 25 oktober. De bijeenkomst vindt plaats in Huis van de Wijk Buitenveldert van 13.00 tot 17.00 uur. U kunt zich hier aanmelden

Later in het najaar vinden er nog bijeenkomsten plaats in Gouda en Harderwijk. Deze data worden later bekend gemaakt.







ARTIKEL: TARIEVEN JEUGDHULP ALTIJD STRUIKELBLOK.
bron: BinnenlandsBestruur/Yolanda de Koster.

Niet alleen in Noord-Holland is er 'gedoe' over de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering. De discussies gaan altijd over het tarief, de bevoorschotting en de administratieve lastendruk.

Dat stelt Jan Menting, onafhankelijk ambassadeur zorglandschap voor de specialistische jeugdhulp. Hij reageert op de problemen in de jeugdzorgregio’s in Noord-Holland, waar drie grote aanbieders hebben aangegeven niet met de voorwaarden van 25 gemeenten akkoord te kunnen gaan. ‘Het loopt daar nu hoog op, maar ik denk dat er prima afspraken zijn te maken over een fatsoenlijk contract.’ Menting heeft inmiddels met alle partijen gesproken en gaat er op basis van die gesprekken vanuit dat de Noord-Hollandse gemeenten er met de aanbieders gaan uitkomen. ‘Zelfstandig of met een bemiddelaar. De verschillen zijn overbrugbaar.’

Nieuwe contracten.

Die problemen in Noord-Holland staan niet op zichzelf. Volgens Menting zijn ook nieuwe contracten voor jeugdbescherming en jeugdreclassering in andere regio’s, zoals de jeugdzorgregio Limburg-Zuid, ‘geen vanzelfsprekendheid’. Dat kan de Maastrichtse wethouder Bert Jongen (jeugdzorg) beamen. In de jeugdzorgregio Limburg-Zuid dreigden zich soortgelijke problemen als in Noord-Holland voor te doen. ‘Voor ons was de grote vraag of de drie grote aanbieders in deze regio wel voor 15 september zouden inschrijven.’ Het gaat om de William Schrikker Groep, het Leger des Heils en Bureau Jeugdzorg. De eerste twee instellingen hebben zich, tot nu toe, niet ingeschreven op de aanbesteding (open house) in Noord-Holland.

Tarieven onder kostprijs.

‘Het cruciale punt zijn de tarieven. Die vinden de aanbieders aan de lage kant’, aldus Jongen. De regio biedt dezelfde tarieven als 2018, maar dan geïndexeerd. ‘De tarieven voor 2018 vonden de aanbieders ook al aan de lage kant. Wij zien echter nu geen mogelijkheid om de tarieven voor 2019 te verhogen.’ De begrotingen van de betrokken gemeenten zijn al rond. De tarieven liggen onder de kostprijs, erkent Jongen.

Vertrouwen.

Na een lang gesprek met de aanbieders maandagavond heeft Jongen er vertrouwen in dat in ieder geval de drie aanbieders ook in 2019 een contract met de Limburgse gemeenten willen sluiten. ‘We handhaven de tarieven voor 2019, maar we gaan daarna in alle rust met elkaar bespreken hoe de kostprijs is opgebouwd en aan welke knoppen we kunnen draaien om voor 2020 tot goede afspraken te komen.’

Kostprijsonderzoek.

Regio’s gebruiken volgens Menting steeds vaker het ‘Kostprijsonderzoek Gecertificeerde Instellingen’ – dat Berenschot op verzoek van gemeentekoepel VNG en Jeugdzorg Nederland heeft gemaakt – als leidraad bij de tariefstelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Berenschot heeft onderzocht wat gemiddeld genomen de reële kostprijs zou moeten zijn voor de verschillende diensten en producten van de zogeheten Gecertificeerde Instellingen (GI’s). ‘Dat is een goed onderzoek waarin redelijk en billijk de kostprijzen worden onderbouwd’, aldus Menting. ‘Dit moet rust en orde geven.’







ARTIKEL: VPRO TEGENLICHT: PEPERDURE PILLEN.
bron: Persbericht/VPRO.

Big Pharma heeft de prijsbepaling van nieuwe medicijnen stevig in handen. De productiekosten zijn geheim en alle pogingen van academische ziekenhuizen en apothekers om medicijnen goedkoper te maken worden met succes tegengehouden door de industrie. VPRO Tegenlicht volgt vijf professionals die dit niet meer accepteren en vanuit hun persoonlijke betrokkenheid in actie komen en met nieuwe modellen experimenteren. Deze gedreven pioniers willen medicijnen voor iedereen beschikbaar en betaalbaar maken en laten zien dat dit kan.

Medicijnen worden steeds duurder. Met als gevolg dat ook in rijke landen de medische zorg onbetaalbaar dreigt te worden. De farmaceutische industrie bepaalt nu eenzijdig de prijs van nieuwe medicijnen waarvoor patent is verleend. De productiekosten van nieuwe medicijnen zijn geheim, maar de winstmarges zijn wel openbaar en breken keer op keer nieuwe records. De industrie verzet zich tot nu toe met succes tegen alle pogingen om medicijnen goedkoper te maken. Hierdoor lijkt het patentrecht steeds vaker met het recht op gezondheid te botsen. Wie kan deze impasse doorbreken?

Voor het bereiden en beschikbaar maken van kwalitatief goede medicijnen is de industrie niet altijd nodig. De meeste medicijnen worden ontwikkeld aan universiteiten of in laboratoria van kleine start-ups. De patenten van succesvolle uitvindingen worden nu door de industrie gekocht en doorontwikkeld en vervolgens explodeert de prijs. Dat kan ook anders. Een kleine groep professionals neemt vanuit hun persoonlijke betrokkenheid het heft in eigen hand en laat zien hoe het beter kan. Zij ontwikkelen nieuwe visies op het patentrecht en praktische oplossingen om medicijnen ook in de toekomst voor iedereen beschikbaar en betaalbaar te houden.

Regie: Bregtje van der Haak

Voor meer informatie zie vpro.nl/tegenlicht







ARTIKEL: CONTACTVRIJE THERMOMETERS KUNNEN NIET NAUWKEURIG METEN.
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP MediaWatch.

De contactvrije thermometer van Medisana belooft een nauwkeurige meting zonder de huid aan te raken. Kan dat wel en hoe betrouwbaar is de meting met zo'n thermometer eigenlijk?

Een consument mailde Radar dat ze de FTN Thermometer voor haar man kocht. Hij heeft kanker en moet bij koorts meteen aan de bel trekken. De thermometer zegt dat je deze op vijf centimeter van de huid moet houden. De meting kwam uit op 36,1 graden. Meneer werd toch ziek en bleek bij de huisarts 38,3 graden te meten. Een medewerker van fabrikant Medisana zegt dat er nauwkeurig gemeten wordt met de FTN Thermometer en dat deze op één of twee tiende de lichaamstemperatuur kan meten, ondanks dat de huid niet aangeraakt wordt.

Volgens Medisana is de lichaamstemperatuur in de anus het hoogst, daarna volgen de mond, de oksel en het voorhoofd.

'Je kan niet nauwkeurig meten'

Daan Heinen is hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij zegt dat je met een contactvrije thermometer niet nauwkeurig de temperatuur kan meten. 'Dit werkt met een infraroodsensor. Die meet de warmtestraling van de huid van het voorhoofd. Die temperatuur hangt af van de omgevingstemperatuur, zweten etc. Als je koorts hebt kan je dat lang niet altijd aan de buitenkant voelen.' Heinen zegt dat de temperatuur aan de buitenkant van je huid heel erg kan verschillen met de temperatuur binnenin je lichaam.

Hoe kan je betrouwbaar meten of je koorts hebt?

Dat kan volgens Heinen alleen met een normale thermometer via de anus. 'Steek hem er dieper in dan mensen normaal doen en laat hem zeker een kwartier zitten.' Heinen zegt dat het best moeilijk is om goed te meten.

Reactie Medisana:

'Het is inderdaad correct van onze klantenservice dat de meetnauwkeurigheid maximaal 0,2 °c afwijkt van de werkelijk gemeten referentietemperatuur. Dit is laboratorisch vastgesteld. De gemeten temperatuur wordt met een berekening omgezet naar de juiste referentie op het lichaam, zoals bij de start van de meting wordt aangegeven op het display. Zo kan deze worden vergeleken met een rectaal meting, axillair of onder de tong (oraal).'







ARTIKEL: REINIGEN TUSSEN JE TANDEN: WAAROM IS HET BELANGRIJK?
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP MediaWatch.

Flossdraad, ragers, tandenstokers en heuse monddouches: er zijn allerlei middelen om ook tússen je tanden en kiezen te reinigen. Hoe belangrijk is 'interdentaal reinigen' en welk product werkt het best?

Volgens het basisadvies voor mondverzorging moet je twee keer per dag poetsen met een fluoridehoudende tandpasta. Met een elektrische- of handtandenborstel reinig je de zichtbare oppervlakken van je tanden en kiezen. Is alleen poetsen voldoende voor een schoon gebit?

Voorkom gaatjes en tandvleesontsteking.

Volgens mondhygiënist en onderzoeker Dagmar Else Slot (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, gezamenlijke faculteit van de UvA/VU) verdient de ruimte tussen je tanden en kiezen ook aandacht. 'Bij beginnend tandbederf of tandvleesontsteking is aanvullend interdentale reiniging noodzakelijk.'

'Met een tandenborstel kom je nauwelijks tussen je tanden en kiezen, waardoor tandplak op die plekken blijft zitten', legt Slot uit. De meeste gaatjes ontstaan dan ook tussen de tanden in, vertelt de mondhygiënist. 'Ook tandvleesontsteking begint vaak tussen de tanden en kiezen.' Een kenmerk van ontstoken tandvlees is dat het bloedt bij het poetsen.

'Ragers effectief tegen tandplak’

Er zijn allerlei producten waarmee je tandplak kunt verwijderen tussen je tanden. Een relatief goedkoop en bekend voorbeeld is flossdraad. Hoe effectief is flossen? 'Flossdraad is volgens onderzoek niet het meest effectieve middel om je gebit interdentaal te reinigen', aldus Slot. Dit komt mogelijk doordat flossdraad lastig op de juiste wijze te gebruiken is. 'Ragers zijn gebruiksvriendelijker en mede daardoor beter voor het verwijderen van tandplak.'

Tandenstokers en monddouches (een apparaat waarmee je water op en tussen je tanden spuit) werken volgens de onderzoeker ook goed tegen beginnende tandvleesontsteking.

Interdentaal reinigen is maatwerk.

'Welk product het beste bij je past, hangt af van de situatie in je mond', aldus Slot. Ragertjes zijn er bijvoorbeeld in verschillende soorten en maten. Als het metalen draad te dik is voor de ruimte tussen jouw tanden, kan het gebruik hiervan schadelijk zijn voor zowel tand als tandvlees. 'Ook de simpele driehoekige houten tandstoker, niet te verwarren met een ronde cocktailprikker, verdient uitleg voor juist gebruik.' Slot adviseert om je te laten voorlichten en instrueren door een mondhygiënist of tandarts.

Wanneer en hoe vaak?

Het algemene advies luidt om je gebit één keer per dag interdentaal te reinigen. Slot: 'Het maakt niet uit of je het ’s ochtends of ’s avonds doet, al heb je er bij die laatste optie wel de hele nacht profijt van omdat je erna niets eet. Kies een moment waarop je hier aandacht aan kunt besteden. Veel mensen geven aan dat ’s avonds na het eten, terwijl ze het journaal kijken, tijdens het nalezen van e-mails of in de file een goed moment is. Het interdentaal reinigen hoeft niet per se aan het poetsen te worden gekoppeld.'

Een stap-voor-stapadvies voor het gebruik van tandenstokers, flossdraad, monddouche of ragers kun je lezen in de patiëntenfolders van het Ivoren Kruis, of in folders via de mondzorgverlener van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie.







ARTIKEL: PLEIDOOI VOOR EEN MENSELIJKER NEDERLAND.
bron: Redactioneel/MEE Nederland.

Met een paginagrote advertentie in de Volkskrant pleiten tal van prominente Nederlanders afgelopen week om meer oog te hebben voor elkaar: want ’Nederland dreigt een niemandsland te worden’. Het initiatief van het manifest komt van het Schakelteam Personen Verward Gedrag. Het is een oproep om elkaar meer de helpende hand te bieden.

Voorzitter Onno Hoes: “De maatschappij is verhard. De aandacht die we ‘vroeger’ als mensen voor elkaar hadden, is vervangen door instituten en regels die precies weten welke standaardoplossing het beste is. Juist mensen die niet in een standaardhokje passen en hun eigen boontjes niet meer kunnen doppen, hebben die menselijke aandacht nodig. Als we meer echte aandacht voor elkaar hebben, dan zien we sneller dat het met iemand niet goed gaat en kunnen we incidenten voorkomen”.

Bijna dagelijks rukken hulpdiensten in Nederland uit om mensen die in een crisis zijn geraakt, te helpen. Het zijn vaak schrijnende maar soms ook gevaarlijke situaties die niet alleen voor de persoon zelf pijnlijk zijn, maar ook de maatschappij raken. Mensen zijn dan de grip op hun leven kwijt. Signalen dat niet het goed gaat, zijn niet gehoord of gezien. Hier kunnen we allemaal wat aan doen.

Het Schakelteam hoopt met deze oproep de bewustwording over sociale inclusie te bevorderen: ben je er wel voor een ander? Doet wel iedereen mee?

Gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Het Schakelteam heeft de afgelopen twee jaar gemeenten en regio’s ondersteund bij een goede aanpak voor mensen met verward gedrag die tussen wal en schip dreigen te vallen. In heel het land zijn veel goede ontwikkelingen gaande maar instanties kunnen het niet alleen. Zorg is niet alleen een taak van professionals maar begint ook bij onszelf.

Natuurlijk moeten buren en familie altijd een beroep kunnen doen op ondersteuning en zorg, dat staat buiten kijf. Zo pleit het Schakelteam al langer voor een landelijk 24/7 meldpunt waar mensen met hun zorgen terecht kunnen. Onno Hoes: “Niet iedereen lukt het om in deze snelle en complexe maatschappij mee te komen. We vragen begrip voor mensen die net even iets anders zijn. Oordeel niet meteen. Vraag eens hoe het met iemand gaat als je daaraan twijfelt. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor elkaar”.

Alle betrokkenen; buren, familie, en professionals van GGD tot politie en van woningcorporatie tot gemeenteloket, moeten over hun eigen (loket)grenzen heen kijken en de menselijke maat durven inbrengen.

Ondertekenaars.

Het manifest is ondertekend door tal van maatschappelijk betrokken persoonlijkheden die dit gedachtegoed omarmen:

Anita Witzier (tv-presentatrice)
Bibian Mentel (snowboardster)
Beau van Erven Dorens (tv-presentator)
Erica Terpstra (tv-persoonlijkheid)
André Rouvoet (voorzitter Zorgverzekeraars Nederland)
Cornel Vader (directeur Leger des Heils)
Annemarie van Gaal (ondernemer)
Boris van der Ham (voorzitter Humanistisch verbond) -
Isa Hoes (actrice/schrijfster) -
Hugo Backx (directeur GGD GHOR Nederland)
Gijs Staverman (DJ Radio 2)
Fred Paling (bestuursvoorzitter UWV)
Jörgen Raymann (cabaretier, presentator)
Marnix Norder (voorzitter vereniging van woningcorporaties Aedes)
Jetta Klijnsma (Commissaris van de Koning Drenthe)
Danny Jacksteit (ervaringsdeskundige)
Gerjoke Wilmink (directeur Alzheimer Nederland)
Carel van Vredenburch (directeur Nibud)
Han Noten (voorzitter Ambulancezorg Nederland)
Ton Heerts (voorzitter MBO raad)
Barbara Barend (sportjournaliste)
Jacobine Geel (voorzitter GGZ Nederland)
Ferd Crone (burgemeester Leeuwarden, voorzitter G40)
en Onno Hoes.

Alle ondertekenaars onderschrijven het manifest op persoonlijke titel. Op de site manifestoogvoorelkaar.nl is meer informatie te vinden over hun betrokkenheid. Ook kan men daar de advertentie als poster downloaden. Op Facebook kan iedereen het manifest ‘liken’ en wordt de pagina hopelijk door heel veel mensen gedeeld.

Op 27 september a.s. presenteert het Schakelteam haar eindconclusies over wat twee jaar werken aan een goed werkende aanpak in Nederland heeft gebracht. Dit doet zij tijdens een slotcongres in aanwezigheid van de bewindslieden van VWS en JenV en de directie van de VNG.

MEE Kennisbank verward gedrag.

Steeds duidelijker wordt dat het bij personen met verward gedrag niet alleen om mensen met een psychiatrische problematiek gaat. Ook niet-zichtbare beperkingen als niet-aangeboren hersenletsel (NAH), lichte verstandelijke beperkingen (LVB) en autisme (ASS) kunnen een rol spelen. Bij de aanpak van personen met verward gedrag is het daarom belangrijk om deze beperkingen te herkennen en weten hoe er mee om te gaan.

De regionale MEE-organisaties en MEE NL bieden samen met regionale en landelijke samenwerkingspartners activiteiten, die voorzien in de noodzakelijke kennis, vaardigheden en inzet als het gaat om mensen met NAH, LVB en ASS en (vermeend) verward gedrag.







ARTIKEL: ZIEKENHUIZEN BORGEN OPEN BELEID OP VERSCHILLENDE WIJZEN.
bron: Redactioneel/NIVEL/ANP.

Ziekenhuizen verschillen in de manier waarop zij reageren als er ‘iets is misgegaan’. De Gedragscode Openheid na medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA) beoogt een open reactie te bevorderen bij bijvoorbeeld een calamiteit, klacht of incident. Op verzoek van De Letselschade Raad (DLR) heeft het Nivel onderzoek gedaan naar de manier waarop ziekenhuizen de GOMA en het achterliggende gedachtengoed borgen.

Alle benaderde ziekenhuizen hebben een beleid voor het borgen van de GOMA of het achterliggende gedachtengoed. Opvallend is dat de wijze waarop ziekenhuizen omgaan met een gebeurtenis waarbij er ‘iets is misgegaan´, sterk wordt bepaald door het ‘koker’ waarin zo’n gebeurtenis terechtkomt. Voorbeelden van zulke kokers zijn ‘de klachtenprocedure’, ‘de incidentmelding’, ‘de calamiteit’ of ‘het claimproces’.

Verkokering leidt tot verschillen in het omgaan met ongewenste gebeurtenissen.

Verkokering van procedures heeft verschillende ongewenste gevolgen. Ten eerste kan het ertoe leiden dat zorgverleners er binnen één ziekenhuis verschillend reageren op vergelijkbare gebeurtenissen. Daarnaast lijken er ‘kokers’ te zijn waarbij aandacht voor het perspectief van de patiënt volledig ontbreekt. Een incident wordt dan weliswaar gesignaleerd, maar niet opgepakt als calamiteit, noch als klacht. Patiënten kunnen hierdoor onbedoeld en ongewenst uit beeld raken, terwijl zij juist behoefte hebben aan begeleiding. Ten derde zijn er tussen ziekenhuizen onderling ongewenste, grote verschillen in de mate én de manier van begeleiden van patiënten.

Alleen peer support voor zorgverleners is ontoereikend.

Een open cultuur ontstaat niet vanzelf. En, eenmaal tot stand gekomen, vraagt ze veel onderhoud. De meeste ziekenhuizen hebben een beleid voor de opvang van zorgverleners bij een calamiteit. Ze helpen de zorgverlener om open en eerlijk te zijn. Het is van belang dat de zorgverlener deze open houding ook aanneemt. Hier zouden de ziekenhuizen beter op kunnen toezien.

De vorm waarin de hulp aan de zorgverleners wordt aangeboden is meestal die van de peer support. Dit blijkt ontoereikend. Veel zorgverlener zouden bijvoorbeeld ook baat hebben bij begeleiding in het voeren van gesprekken met patiënten. Zo blijft het aanbieden van excuses aan de patiënt voor velen een heikel punt. Toch bieden ziekenhuizen deze vorm van hulp aan hun zorgverleners maar mondjesmaat aan.

Open beleid ook van belang bij gebeurtenissen die géén calamiteit zijn.

Voor gebeurtenissen die géén calamiteit zijn, blijkt minder aandacht te zijn bij ziekenhuizen. Juist in deze gevallen is er vaak sprake van verkokering van procedures. Deze verkokering is zeer onwenselijk. Ten eerste omdat bijvoorbeeld klachten en ernstige complicaties ingrijpende gebeurtenissen kunnen zijn voor zowel patiënt als zorgverlener. Ten tweede vergroot de verkokering van procedures het risico dat een patiënt tussen de wal en het schip valt.

Samenwerkingsafspraken om verkokering tegen te gaan.

Een manier om verkokering tegen te gaan is het maken van samenwerkingsafspraken. Dit zijn afspraken tussen de verschillende medewerkers in het ziekenhuis die bij ‘ongewenste gebeurtenissen’ betrokken zijn. In de praktijk lijkt het goed te werken als de verschillende functionarissen regelmatig overleg hebben met elkaar.

De GOMA-evaluatie.

De Nivel-evaluatie geeft een beeld van de vragen en problemen die ziekenhuizen kunnen hebben bij het implementeren van de GOMA. Ook wordt het achterliggende gedachtegoed gepresenteerd, evenals de bedachte oplossingen. Voor het onderzoek heeft het Nivel gesproken met twaalf ziekenhuizen, waarvan drie kleine, twee middelgrote, vier grote en drie UMC’s in uiteenlopende regio’s. Ook zijn de websites van de deelnemende ziekenhuizen kritisch bekeken op de mate waarin de informatie over klacht-, claim- en calamiteitenprocedures vindbaar was.







ARTIKEL: INVOERING KWALITEITSSTANDAARD 'ACUUT HERSENINFARCT' SUCCESVOL.
bron: Redactioneel/Zorginstituut Nederland.

Intra-arteriële trombectomie (IAT) bij de behandeling van het acute herseninfarct is sinds 1 januari 2017 onderdeel van het basispakket.

De minister van VWS besloot hiertoe na een positief advies van het Zorginstituut. Wel gaf de minister als voorbehoud dat de betrokken partijen, onder regie van het Zorginstituut, een kwaliteitsstandaard moesten opstellen die alle partijen ondersteunden. Inmiddels hebben de partijen de standaard succesvol ingevoerd en zijn zij tot goede afspraken gekomen over de zorg bij een acuut herseninfarct.

Goede zorg bij acuut herseninfarct.

Met het vaststellen van de kwaliteitsstandaard ’Acuut Herseninfarct’ in 2017, zijn partijen overeengekomen hoe de spoedzorg voor patiënten met een acuut herseninfarct, en de intra-arteriële trombectomie (IAT) in het bijzonder, ingericht gaat worden.

Deze kwaliteitsstandaard bevat:

- een richtlijn voor goede zorg;
- een voorbeeldprotocol voor inbedding van IAT in de spoedzorgketen;
- een set kwaliteitscriteria inclusief volumenormen;
- een set kwaliteitsindicatoren;
- patiënteninformatie.

Invoering afspraken in de regio.

Bij de implementatie moesten ook regionale spreiding en doelmatigheidsaspecten meegewogen worden. Het LNAZ (landelijk Netwerk Acute Zorg) is in juni 2017 door de partijen gevraagd om regie te nemen in de totstandkoming van afspraken in de regio. De LNAZ heeft de betrokken partijen verzocht in het Regionale Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) te komen tot afspraken over implementatie van deze kwaliteitsstandaard. Inmiddels zijn de gemaakt afspraken ingevoerd:

Momenteel zijn 17 ziekenhuizen, verspreid over het land, actief als IAT-centrum. Er zijn plannen om in samenwerking met het AMC een IAT centrum in Alkmaar te openen, om de toegankelijkheid in Noord Holland vergroten.

In alle regio’s is het regionale voorbeeldprotocol geïmplementeerd en zijn verwijs- en terugverwijs afspraken tussen ziekenhuizen gemaakt. Hiermee is IAT landelijk opgenomen in de keten.

Nog niet in alle regio’s worden patiënten die voor IAT in aanmerking komen naar het dichtstbij zijnde IAT centrum gebracht. Dit vraagt nog om extra aandacht, omdat het niet in het in het belang van de patiënt lijkt.

IAT is nog volop in ontwikkeling. Er wordt verwachten dat in de toekomst patiënten die zijn aangewezen op IAT beter geselecteerd kunnen worden.

Kwaliteitsgegevens over de geleverde zorg.

In 2019 komen de afgesproken indicatoren beschikbaar via de Transparantiekalender. Met de verzamelde kwaliteitsgegevens in de ROAZ-regio’s zullen de partijen in 2019 zelf in staat zijn om deze zorg te evalueren en heeft de IGJ informatie om te kunnen handhaven wanneer dat nodig is. Het Zorginstituut adviseert de minister dan ook om verdere evaluatie en monitoring bij de betrokken partijen te laten.







ARTIKEL: WILDGROEI DIENSTVERBANDEN GEHANDICAPTEN ONWENSELIJK.
bron: BinnenlandsBestuur/Sjoerd Willen.

Er is in de drie jaar na de sluiting van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) een ‘woud’ aan verschillende dienstverbanden en arbeidsvoorwaarden voor arbeidsgehandicapten ontstaan, meldt SBCM, het A&O fonds van de sociale werkgelegenheidssector. Arbeidsgehandicapten hebben weinig baanzekerheid en regelmatig geen bijscholings- of pensioenregeling.

SBCM liet het onderzoek uitvoeren door kenniscentrum arbeidszaken CAOP en onderzoeker Aukje Smit. Dat onderzoek wijst uit dat mensen met een arbeidsbeperking vooral veel opeenvolgende tijdelijke contracten krijgen met weinig baanzekerheid op de langere termijn. De arbeidsvoorwaarden bij publieke detacheringsorganisaties en in het beschut werk kunnen tegenvallen in vergelijking met de arbeidsvoorwaarden bij reguliere werkgevers. Deze werknemers moeten het daarnaast vaak zonder pensioensregeling stellen.

Werknemers slecht op de hoogte.

Die complicaties hebben ook hun weerslag; zo blijkt ook uit het onderzoek dat werknemers vaak slecht op de hoogte zijn van hun arbeidsvoorwaarden. Werknemers willen graag een vast contract, meer uren werken en een rechtstreeks dienstverband. Zij staan vaak positief tegenover verdere scholing.

Monitoren gevolgen.

SBCM wil dat er komende jaren gemonitord blijft worden. Zo wil het A&O fonds onder meer weten welke gevolgen opeenvolgende tijdelijke contracten bij verschillende werkgevers hebben op de werkende arbeidsgehandicapten. Ook wil SBCM monitoren welke gevolgen de sobere arbeidsvoorwaarden en verlies van werk hebben voor werknemers.

‘Kom met één landelijke regeling’

SBCM-voorzitter Huib van Olden (tevens wethouder werk en inkomen in Den Bosch) is niet blij met de toegenomen variëteit in dienstverbanden en arbeidsvoorwaarden. ‘Er is sprake van een wildgroei, denk ik. Arbeidsgehandicapten hebben juist baat bij meer eenduidigheid en meer voorspelbaarheid. Daarnaast zijn zij ook gebaat bij scholing en een regeling voor de oude dag. Daaraan ontbreekt het nog veelal in de publieke sector. Ik zou dan ook willen pleiten voor één duidelijke en complete landelijke regeling voor dienstverbanden en arbeidsvoorwaarden’ aldus Van Olden. ‘Daarmee bedoel ik overigens niet een terugkeer naar de Wsw waar de SP en VNO-NCW vandaag voor pleitten. Dan misken je de doorontwikkeling die afgelopen jaren heeft plaatsgevonden.’

‘Tweede leven sociale werkvoorziening’

In een zeldzaam moment van eensgezindheid stelden de socialisten onder leiding van Lilian Marijnissen en de werkgeverslobbyvereniging donderdag per brief aan het kabinet voor om de sociale werkvoorziening ‘een tweede leven’ te geven.







ARTIKEL: CDA WIL SPECIALE HUISREGELS VOOR FORENSISCHE SECTOR.
bron: Redactioneel/CDA/GGZ Nederland.

Kamerlid Madeleine van Toorenburg van het CDA maakt zich sterk voor het invoeren en gebruik van specifieke huisregels voor de forensische zorg.

Deze huisregels moeten bijdragen aan een betere veiligheid binnen forensische instellingen. Het onderwerp van forensische huisregels kwam ter sprake tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de kwaliteit en veiligheid van forensische zorg. Bestuurder Joep Verbugt van GGzE, ook bestuurslid van GGZ Nederland hield een warm pleidooi over het nut van speciale huisregels voor de forensische sector. “Willen we als forensische instellingen echt iets kunnen doen om bijvoorbeeld drugssmokkel binnen instellingen tegen te gaan, dan zijn ze onmisbaar”.

GGZ Nederland bestuurder Joep Verbugt in de Tweede KamerAndere onderwerpen die bij het rondetafelgesprek aan bod kwamen waren het recente meerjarenakkoord voor de forensische zorg, de hoge regeldruk en de krapte op de arbeidsmarkt. VVD en D66 maakten zich zorgen of reductie van administratieve lasten niet ten koste zou gaan van de veiligheid van de maatschappij. Joep Verbugt gaf aan dat veiligheid van de maatschappij een belangrijke zorg van de sector is en dat dit niet ten koste mag gaan door het aanpakken van de regeldruk. En dat dit ook niet nodig is. De SP wilde weten in hoeverre het akkoord nu een oplossing van de problemen betekent. “Het akkoord is een mooie eerste aanzet, stelde Joep Verbugt, maar het komt nu ook aan op de uitwerking van de afspraken”.

FNV Zorg en Welzijn was ook uitgenodigd en hield, samen met de OR-voorzitter van kliniek Veldzicht, een pleidooi voor meer betrokkenheid van medewerkers om de veiligheid in de sector te vergroten en de werkomstandigheden te verbeteren. De voorzitter van TBS Advocaten, Job Knoester, pleitte voor meer mogelijkheden om voor het opleiden van medewerkers. Ook pleitte hij voor gespecialiseerde rechters en advocaten voor zaken op het snijvlak van zorg en veiligheid: Dat leidt volgens hem tot betere uitspraken. Slachtofferhulp Nederland onderschreef hoe belangrijk goede forensische zorg is, ook voor slachtoffers van misdrijven.

De Tweede Kamerleden gebruiken de informatie uit het rondetafelgesprek voor toekomstige debatten over forensische zorg. GGZ Nederland stelde een position paper op, dat leest u hier. Het rondetafelgesprek is hier terug te kijken.







ARTIKEL: LEVENSLOOPBESTENDIG BOUWEN: AAN DE BAK!
bron: Redactioneel/ANBO.

Iedereen vindt de ouder wordende bevolking en wat dat betekent voor de woningmarkt een razend interessant thema. Maar overheid en bedrijfsleven spelen nog amper in op de kansen die de vergrijzing hier biedt. Dat zegt Atie Schipaanboord, coördinator collectieve belangenbehartiging zorg en wonen van ANBO, op de site van Bouwend Nederland. “ Als het gaat om levensloopbestendig bouwen heeft Schipaanboord daarom ook maar één oproep aan gemeenten en de bouwsector: “Ga aan de bak!” Een regierol ziet ze daarbij voor de centrale overheid.

Er mist in gemeenten maar al te vaak een visie op oud worden in de eigen woonomgeving. “Wijken zijn functioneel nog te zeer ingericht voor gezinnen. Dus om te wonen en om ’s morgens naar je werk te gaan en de kinderen naar school te doen, meer niet. Niet om samen activiteiten te doen. Dat moet dus anders.”

Niet te idealistisch.

“Laten we niet te idealistisch worden”, reageert ze op de vraag hoe het dan moet. “Een kleine groep ouderen ziet wat in hele vernieuwende concepten, maar de doorsnee Nederlandse oudere wil het liefst zo lang mogelijk in zijn eigen huis blijven wonen, en in zijn eigen wijk mocht die toch naar een andere woning moeten verhuizen. Dat betekent dus dat je vooral heel pragmatisch moet kijken naar hoe je die wijken moet inrichten zodat mensen elkaar makkelijker kunnen ontmoeten en samen activiteiten doen of een kop koffie drinken. Als je in die richting denkt, vind ik dat je al een hele stap zet, want dat gebeurt nog lang niet genoeg.”

Gezamenlijke moestuin.

Schipaanboord noemt De Knarrenhof in Zwolle, seniorencomplex ‘de Leyhoeve’ in Tilburg en Groningen, en de wijk Bosdael in het Limburgse Reuver als mooie voorbeelden van wat appelleert aan hoe de ouderen van nu willen wonen. “Rijksbouwmeester Floris Alkemade kreeg met zijn prijsvraag WHO CARES voor nieuwe vormen van wonen en zorg ook ontzettend leuke ideeën binnen. Dus er gebeurt wel wat, maar nog maar mondjesmaat. Veel projectontwikkelaars en bouwers kijken toch nog alleen sec naar de woning en niet naar de omgeving eromheen. Terwijl je die twee dingen echt bij elkaar moet nemen. Dus ook kijken of er beweegruimte is om te sporten en of er groen is om lekker in te wandelen en elkaar te ontmoeten. Of een gezamenlijke moestuin, hoe leuk is dat niet.”

Lees het hele artikel op BouwendNederland.nl

Er is door het kabinet 340 miljoen euro uitgetrokken om het zo lang mogelijk zelfstandig wonen beter mogelijk te maken. Maar vooral het ontwikkelen van nieuwe woonvormen en de nodige samenwerking binnen gemeenten daarvoor, zal in de praktijk weerbarstig blijken, zo vreest ANBO. Eerder zei ANBO-bestuurder Liane den Haan al: "De minister zal een manier moeten vinden om gemeenten te dwingen om aan de slag te gaan met wonen, wijken en welzijn. In samenwerking met lokale woningcorporaties, projectontwikkelaars én particulieren. We weten al jarenlang dat de demografische ontwikkelingen nopen tot lokale actieplannen om te zorgen dat mensen op een prettige manier oud worden, maar tot nu toe ontbreekt op lokaal niveau te vaak een visie op woningaanbod en –voorraad in relatie tot de lokale behoeften”







ARTIKEL: SCP: MINDER MENSEN AAN HET WERK DOOR PARTICIPATIEWET.
bron: Redactioneel/SCP/Ieder(in)/ANP.

Door de invoering van de Participatiewet en het geleidelijk verdwijnen van de sociale werkplaatsen, is de kans op een baan voor mensen met een beperking flink afgenomen. Dat concludeert het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport ‘Van sociale werkvoorziening naar Participatiewet’.

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) evalueerde de gevolgen van het aan de voorkant sluiten van de sociale werkvoorzieningen. Sinds 2014 worden daar geen nieuwe mensen meer aangenomen, waardoor de sociale werkvoorzieningen op den duur verdwijnen. Omdat ze veel geld kosten, maar ook vanuit de gedachte dat mensen met een beperking zoveel mogelijk moeten meedraaien op de reguliere arbeidsmarkt en daarmee meer deel uitmaken van de samenleving.

Kans op duurzaam werk afgenomen.

Mensen die voor 2014 een Wsw-indicatie (Wet sociale werkvoorziening) zouden krijgen, vallen sindsdien onder de Participatiewet. Die verandering heeft grote, negatieve gevolgen. De kans op een baan voor de Wsw-doelgroep was 50%. Sinds de invoering van de Participatiewet is dat volgens het SCP nog maar 30%.

Niet alleen is de kans op een baan is afgenomen, de banen die er wel zijn, zijn minder duurzaam. Het gaat vaak om korte en tijdelijke contracten of loon dat met een uitkering moet worden aangevuld. Meer mensen met een arbeidsbeperking zijn daardoor afhankelijker geworden.

Beschut werk en banenafspraak.

Met de alternatieven voor de sociale werkvoorzieningen, het beschut werk en de banenafspraak, komen nog veel te weinig mensen met een arbeidsbeperking aan het werk. Het bedrijfsleven haalt de doelstellingen van de banenafspraak, al verdient de duurzaamheid van de banen nog wel aandacht. De overheid daarentegen blijft ver achter. In 2017 werden nog geen 6500 van de beloofde 10.000 banen gerealiseerd.

Het streven om met de Participatiewet mensen met een beperking meer deel uit te laten maken van de samenleving is niet gehaald. Het tegenovergestelde is eerder het geval. Mensen die willen en kunnen werken zitten thuis en zijn afhankelijk van een uitkering. De overheid kan en mag niet langer achterblijven met het nakomen van de banenafspraak. Ook gemeenten moeten aan de bak. Zij zijn verantwoordelijk voor het beschut werk.

De sociale werkvoorzieningen werden gesloten voordat er een goed werkend alternatief beschikbaar was. De oude schoenen zijn weggegooid, voordat het nieuwe paar was gekocht. De grote groep mensen met een beperking die dolgraag aan het werk wil, is daar nu de dupe van.

Lees hier het SCP-rapport.


Ieder(in) biedt samen met het College voor de Rechten van de Mens de training ‘Selecteren zonder beperking’ aan. De training is bedoeld voor werkgevers die werknemers met een beperking in dienst willen nemen, maar niet weten hoe ze dit het beste kunnen aanpakken.







ARTIKEL: VERHOGING LAGE BTW-TARIEF: EXTRA REKENING VAN € 174 MILJOEN VOOR ZORGSECTOR.
bron: Persbericht/Intrakoop.

De voorgenomen verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% betekent voor de zorgsector een stijging van de inkoopgerelateerde exploitatiekosten met € 174 mln. Vooral de cure-sector (algemene, categorale en universitaire ziekenhuizen, revalidatiecentra) krijgt een forse extra rekening van € 104 miljoen. Veel patie¨ntgebonden kosten zoals voeding en geneesmiddelen vallen nu nog onder het lage btw-tarief. De kosten van organisaties in de care-sector (gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, verpleging, verzorging en thuiszorg) stijgen met € 70 miljoen. Dit blijkt uit een onderzoek van Intrakoop, de inkoopcoo¨peratie van de zorg, naar het effect van de verhoging van het lage btw-tarief voor de Nederlandse zorg.

Intrakoop heeft de inkoopgerelateerde exploitatiekosten in kaart gebracht aan de hand van de jaarrekeningen van 1.160 organisaties in de gezondheidszorg. Binnen deze inkoopkosten is een verdeling gemaakt per btw-tariefklasse (0, 6 of 21%). Voor de inkoopkosten die vallen onder het 6%- tarief is vervolgens de 3% toename berekend. Op enkele uitzonderingen na kunnen zorgorganisaties de btw die leveranciers hen in rekening brengen niet verrekenen of terugvorderen bij de Belastingdienst. Een eventuele verhoging van het btw-tarief heeft daarmee direct een kostenverhogend effect voor de sector.

De 3%-verhoging van het lage btw-tarief is in het regeerakkoord van het derde kabinet Rutte opgenomen als onderdeel van het Belastingplan. De opbrengst van deze tariefswijziging is bedoeld als compensatie voor de afgenomen inkomsten van de eerder verlaagde inkomstenbelasting of ‘vlaktaks’.

In 2017 kwamen de totale inkoopgerelateerde exploitatiekosten van de ziekenhuizen, ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg uit op € 19,4 miljard. De 98 organisaties in de cure-sector vertegenwoordigen samen € 9,8 miljard. De overige € 9,6 miljard komt voor rekening van de 1.062 onderzochte organisaties in de care-sector.

De hele sector betaalde in datzelfde jaar ruim € 1,9 miljard aan btw die zorgorganisaties niet als voorbelasting kunnen verrekenen. Van die inkoopkosten betreft bijna een derde (32%) uitgaven die belast zijn met 6% btw. Dit btw-tarief geldt veelal voor voedingsmiddelen, maar ook voor andere goederen of diensten zoals genees en-hulpmiddelen, trainingen en opleidingen, personenvervoer en schoonmaak. In totaal werd er in 2017 voor ruim € 6,1 miljard ingekocht met 6% btw (in totaal € 348 miljoen). Een 3%-verhoging van het lage btw-tarief betekent daarom een stijging van € 174 miljoen euro aan inkoopkosten voor de zorgsector. De gevolgen van deze verhoging zijn jaarlijks terugkerend. Daarnaast zijn extramuraal ingekochte zorggerelateerde producten en diensten niet meegenomen in dit onderzoek. Hierdoor valt het totale maatschappelijke effect van de btw-verhoging hoger uit dan in deze analyse beschreven staat.

Cure.

In de cure-sector zijn de met 6% btw belaste kosten € 3,7 miljard. De verhoging van het tarief komt hier neer op een kostenstijging van € 104 miljoen. De stijging is hier vooral zichtbaar, omdat bijna 60% van alle patie¨ntgebonden kosten in de cure-sector met 6% btw wordt ingekocht. Dit zijn vooral geneesmiddelen, maar ook hulpmiddelen, prothesen, implantaten, katheters, hechtmateriaal en bijvoorbeeld ook (gips)verband.

Care.

De inkoopgerelateerde exploitatiekosten in de care-sector die vallen onder het 6%-tarief zijn in totaal € 2,5 miljard. De 3%-verhoging van het btw-tarief betekent hier een kostenstijging van bijna € 70 miljoen. In de care-sector zijn het vooral voedings- en hotelmatige kosten die worden ingekocht met 6% btw. Ruim 84% van de totale voedingsgerelateerde kosten wordt ingekocht met 6% btw. Dit komt in totaal neer op ruim € 1,1 miljard. Dit zijn voedingsmiddelen en ingredie¨nten. Binnen de hotelmatige kosten gaat het vooral om vervoer en-schoonmaakkosten.

Download hier het rapport ‘Van zes naar negen: Het effect van de voorgenomen btw-verhoging op inkoopkosten in de zorgsector’ van Intrakoop i.s.m. met Marlyse Resarch.







ARTIKEL: PESTEN OP SCHOOL NEEMT VERDER AF.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid.

Het aantal kinderen dat wordt gepest, is wederom afgenomen. Dat schrijft minister Slob (Onderwijs) maandag aan de Tweede Kamer. Volgens Slob is het goed nieuws voor de tienduizenden kinderen die nu niet meer met een steen in hun maag naar school gaan, maar blijft aandacht voor pesten nog altijd hard nodig. Daarom trapte hij gistermiddag ook de Week tegen Pesten af.

In het primair onderwijs is het gelukt om de daling van het pesten vast te houden ten opzichte van twee jaar geleden. Net als in 2016 gaf 10 procent van de kinderen aan 1 keer per maand of vaker te worden gepest. In 2014 was dat nog 14 procent.

In het voortgezet onderwijs is het pesten zelfs verder afgenomen. Het gaat daar nu nog om 5 procent van de kinderen die 1 keer per maand of vaker wordt gepest. In 2014 lag dat percentage op 11 procent van de leerlingen en in 2016 op 8 procent. ‘Dit is echt een geweldige prestatie van scholen, leraren, leerlingen, ouders en alle anderen die hier de afgelopen jaren hard aan gewerkt hebben’, aldus Slob.

Aandacht blijft nodig.

De minister roept scholen op om aandacht te blijven houden voor het tegengaan van pesten, omdat elk kind dat wordt gepest er één te veel is. ‘Het tegengaan van pesten vergt een lange adem. We kunnen niet achterover leunen na deze cijfers. We moeten er allemaal bovenop blijven zitten’, zegt de minister.

Pesten is niet okee.

Slob is blij dat er de afgelopen jaren veel is veranderd. Zo hebben alle scholen nu een aanspreekpunt voor pesten, waardoor leerlingen en ouders altijd bij iemand terecht kunnen. ‘En leerlingen, ouders en leraren zijn er meer dan vroeger van doordrongen dat pesten niet okee is’, aldus de minister.

Toch ziet de minister nog ruimte voor verbetering. Zo moeten leerlingen nog beter de weg kunnen vinden naar een vertrouwenspersoon op school. Ook geven scholen niet altijd aan de inspectie door of hun leerlingen zich veilig voelen. Alle scholen moeten dat monitoren, vaak met anonieme vragenlijsten. Slob roept de scholen op die monitoring ook echt uit te voeren én de gegevens door te geven aan de inspectie.

Antipestaanpak.

Pesten kwam in 2012 hoog op de maatschappelijke en politieke agenda te staan na een aantal tragische zelfmoorden. Daarop intensiveerden scholen hun antipestaanpak en kwam er meer aandacht voor de effectiviteit van antipestmethoden. Sluitstuk was een wet die de verantwoordelijkheid van de school voor de sociale veiligheid van leerlingen beter regelt.







ARTIKEL: LINDA DACHT DOOR GOOGLE DAT ZE MS HAD: 'HET MAAKT JE KAPOT'.
bron: Redactioneel/RTLnieuws.

Bijna iedereen doet het: bij lichamelijke klachten eerst Google raadplegen. De ergste ziektes komen voorbij. De een kan erom lachen en haalt de schouders op, voor de ander heeft het grote gevolgen. Zoals voor Linda Jorna (30). "Dat zoeken op Google maakt je kapot."

Ze weet nog goed hoe het ging. Ze had een verdoofd gevoel in haar been en zocht al na een paar uur op internet wat het kon zijn. Haar eigen diagnose was bepaald niet mild: ze dacht aan een hernia of zelfs de neurologische aandoening MS. Na een week ging ze naar de dokter. Maar in plaats van gerustgesteld te worden, vatte ze zijn woorden helemaal verkeerd op.

Beheersen.

De dokter zei dat Linda zich geen zorgen hoefde te maken. "Maar hij zei ook: 'Ik dacht aan MS", zegt Linda. En hoewel hij daarbij meteen zei dat MS juist niet aan de orde was, kon ze sindsdien nergens anders meer aan denken. Het ging haar leven zo beheersen, dat ze elk uur van de dag haar lijf aan het controleren was. "Mensen werden er gek van en zeiden dat het allemaal wel mee zou vallen. Ik geloofde ze niet, het werkte juist averechts."

Ze werd angstiger en zocht meer informatie op Google op. "Ik dacht op een gegeven moment dat Google de waarheid sprak, nog meer dan mijn eigen arts.” En hoewel ze volgens de dokter niks mankeerde, ging ze toch naar het ziekenhuis. De eerste MRI-scan gaf geen uitsluitsel, een tweede wel: er bleek niks aan de hand. "Ik heb gehuild van geluk."

Dokter Google.

Linda lijdt aan cyberchondria, een vorm die lijkt op hyperchondrie. Mensen die denken dat ze iets mankeren, gaan op internet op zoek naar wat het kan zijn. Maar in plaats van verlichting, worden ze juist banger omdat ze vaak een compleet verkeerde inschatting maken. En dat gaat van kwaad tot erger: als je eenmaal denkt dat je een vreselijke ziekte hebt, ga je er juist meer over zoeken.







ARTIKEL: ZEEWIEREN EN ALGEN: HOE GEZOND ZIJN ZE?
bron: Redactioneel/Voedingscentrum/Zorg.nu.

Chlorellapoeder, zeewierburgers, spirulina-pillen en norivellen: zeewier en algen worden op steeds meer manieren in onze voeding verwerkt. Is zeewier onmisbaar voor je gezondheid, een duurzame vleesvervanger of de zoveelste voedingshype?

Algen zijn plantachtige organismen die groeien in zowel zoet als zout water. De grotere algen die in zee en aan de kust voorkomen, noemen we zeewieren. Er zijn zo’n 500 eetbare soorten zeewier, zoals kelp, wakame en zeesla. Algen zijn alleen in poedervorm beschikbaar, omdat ze lastig te verteren zijn. Zorg.nu vraagt het Voedingscentrum naar de gezondheidseffecten van deze groene kost.

Bevatten zeewier en algen veel voedingsstoffen?

Volgens Jasper de Vries van het Voedingscentrum wel: 'Zeewier en alg bevatten veel nuttige voedingsstoffen: onder andere vezels, eiwit, ijzer, vitamine B1, vitamine C en verschillende mineralen.' Daarbij bevatten algen en zeewieren kleine hoeveelheden visvetzuren die je lijf kunnen beschermen tegen hart- en vaatziekten. Deze onverzadigde vetzuren worden naast vis ook uit algen gewonnen en als supplement verkocht.

Is het een goede vleesvervanger?

Zeewier kan meer ijzer bevatten dan vlees en algen als spirulina en chlorella bevatten voedingsstoffen die je ook uit vlees kunt halen. Zijn de waterplantjes een goed alternatief? 'Ja, zeewier of alg kun je gebruiken als aanvulling op een vegetarisch voedingspatroon', aldus De Vries. 'Denk bijvoorbeeld aan een zeewierburger of andere vleesvervanger waarin het verwerkt is. Wissel voor de variatie af met andere vervangers, zoals eieren, peulvruchten of tofu.'

Let wel op: de plantjes bevatten géén vitamine B12. 'Deze vitamine kun je alleen uit dierlijke producten halen, zoals vlees, melk en eieren.' Ben je veganist? 'Check of je vleesvervanger toegevoegde B12 bevat en in welke hoeveelheid, en vul de vitamine aan met een supplement.'

Kan het eten van alg of zeewier ook schadelijk zijn?

Sommige zeewieren of algen kunnen grote hoeveelheden jodium en zware metalen bevatten. De Vries: 'Een kleine beetje kan geen kwaad, maar grote hoeveelheden van deze metalen kunnen schadelijk zijn. Vooral bij algensupplementen is die kans aanwezig. Om die reden adviseert de Gezondheidsraad tegen het gebruik van tabletten met algen, zoals spirulina.'

Hoewel spirulina door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid wel bestempeld is als veilig, ziet het Voedingscentrum ook geen reden om dergelijke supplementen te gebruiken. 'Gebruik liever alg in poedervorm of kies voor zeewier. Dat is minder geconcentreerd, waardoor de risico’s een stuk kleiner zijn.'

Hoe kun je het verwerken in je voedingspatroon?

Zeewier is niet alleen een goede vleesvervanger, maar kan ook als groente gegeten worden. 'Denk bijvoorbeeld aan zeesla of wakame door een salade.' Je kunt het wier ook verwerken in sushi en roerbakken of roosteren, aldus De Vries: 'Net als bij andere voedingsmiddelen geldt wel: varieer. Wissel zeewier af met andere groenten zodat je veel verschillende voedingsstoffen binnenkrijgt.' Dit is ook raadzaam wegens het hoge zoutgehalte in sommige soorten wier.

Poeder van algen kun je volgens De Vries verwerken in shakes, bijvoorbeeld met fruit en/of groente.

Is zeewier het voedsel van de toekomst?

Zeewier wordt soms gezien als 'het voedsel van de toekomst'. Het is een relatief duurzaam product, omdat er nauwelijks grond, zoet water of fossiele brandstof nodig is om het te laten groeien. 'De opkomst van zeewier als voedingsmiddel vinden wij een positieve ontwikkeling', aldus De Vries. 'Als we deze planten meer eten als eiwitbron in plaats van vlees, is dat gunstig voor het klimaat.'

Wel benadrukt het Voedingscentrum dat de voedselveiligheid voorop staat: het water waarin de plantjes groeien, moet altijd gecontroleerd worden op vervuiling. Het centrum raadt af om zelf wier uit het wild te halen en te eten. 'Het Nederlandse water is wel relatief schoon, waardoor het risico op vervuiling klein is. De NVWA houdt toezicht op de veiligheid van het zeewier dat voor consumptie bedoeld is.'







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: HOE GEBRUIK IK DE EUROPESE GEHANDICAPTENPARKEERKAART?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.
Beantwoord door de mederwerkers van ons HN-INFOpunt.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Sindskort heb ik, door mijn zoon geregeld, een zogeheten Europese Gehandicaptenparkeerplaats. Maar waar en hoe gebruik ik dat ding?"

Onze HN-informateur antwoord:

Als je je auto wilt parkeren in de stad dan zijn er twee typen parkeerplaatsen: die waarvoor je moet betalen en algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Voor eerstgenoemde moet je in het centrum van de stad en tegenwoordig ook in veel woonwijken betalen. Laatstgenoemde parkeerplekken zijn in principe overal gratis mits je beschikt over een Europese Gehandicapten Parkeerkaart en deze zichtbaar in de auto aanwezig is. Hiermee kun je soms ook terecht op plekken waar het normaliter verboden is om te parkeren. Meer informatie daarover is meestal te vinden op de website van de gemeente. Hiervoor gelden per gemeente verschillende regels. Tevens kun je hier een overzicht vinden van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen in de gemeente.









ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Johan Versteegh.

Twee honden staan langs de kant van de weg.
Komt er een tandem aan met
een meisje voorop en een jongen achterop.
Zegt de ene hond tegen de andere:
“Als ze zo doorgaan, zullen zo meteen ook wel
een emmer koud water over zich heen krijgen!”











En hiermee zijn we aan het eind gekomen van ons nieuwsoverzicht van vandaag.
Voor meer nieuws gaat u naar www.handicapnieuws.net of volgt u ons op social media.

Morgenvroeg maken we weer een nieuwe update, want je weet het: HandicapNieuws is dagelijks 'uitgsproken' actueel!

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.