Welkom op de speciaal toegankelijke website van HANDICAPNIEUWSnet. HANDICAPNIEUWSnet is uitgsproken actueel: vrijdag
Keuzeknoppen om terug te gaan naar: Startpagina
::

vrijdag

Keuze: ReadSpeaker uit.

Lees voor

U luistert naar HandicapNieuws UPDATE van vrijdag 15 juni 2018.

VANDAAG IN ONS NIEUWS:
Bedrijven, Rijk en gemeenten beloven betere toegankelijkheid gehandicapten.
Kritiek op dure vraagbaak voor kankerpatiënten.
Kamer wil openbare wachtlijsten ggz.
Bloedbanken op zoek naar donoren vanwege 'lage bloedstand'.
Ziekenhuisfusies afgelopen jaren te makkelijk goedgekeurd.
Rouwkubus helpt verstandelijk gehandicapten bij praten over verlies.
Kabinet kan sluiting regionale intensive cares niet uitsluiten.
Postnatale depressie is vaak nog een taboe.
Pak misleidende etiketten op voedingsmiddelen Europees aan.
Meer baclofenpompen bij kinderen met CP.
Zorgverzekeraar en aanbieder moeten met patiënt in gesprek gaan over polis.
Kwaliteit elektronische patiëntendossiers onder druk door meervoudig gebruik.
Nieuwsbrief Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg.
Telediagnostiek biedt voordelen voor patiënt en arts.
Aantal voorstanders van rookvrije speeltuinen neemt toe.
Gemeenten mogen meepraten bij sluitingsplan ziekenhuis.
Vanaf volgend jaar: WMO-abonnement.
Enquête Onderzoek Doofblindheid.
Verdeling transformatiefonds jeugd bekend.
Hoe ‘onbeperkt’ zijn onze gemeenten na twee jaar VN-verdrag?
Hoe kom ik van de hik af?
Kabinet: merkbaar minder drempels voor mensen met een beperking.
Stop het onnodig wisselen van medicijnen.
HN-INFOpunt: Kan ALS met medicijnen behandeld worden?
Onze Lachafsluiting.

Voor meer informatie over de handicap nationaal? ga naar hun site: www.handicapnationaal.nl, mail naar info@handicapnationaal.nl, of bel op kantoortijden naar 06-12390746. en dan nu onze artikelen van vandaag.







ARTIKEL: BEDRIJVEN, RIJK EN GEMEENTEN BELOVEN BETERE TOEGANKELIJKHEID GEHANDICAPTEN.
bron: Redactioneel/NOS/ANP. door: Ton van Vugt.

Tienduizenden kleine en middelgrote bedrijven, minister Hugo de Jonge en alle gemeenten presenteerden gisteren plannen om de samenleving toegankelijker te maken voor mensen met een handicap.

Nederland heeft het VN-Verdrag Handicap in 2016 ondertekend en is daarmee verplicht zich in te spannen voor een samenleving zonder beperkingen voor mensen met een handicap. Belangenorganisaties voor chronisch zieken en gehandicapten hebben geklaagd dat Nederland geen haast maakt van de implementatie van het verdrag.

Pilots.

Dat moet met deze plannen veranderen. MKB-Nederland gaat bijvoorbeeld in vijf pilotprojecten testen hoe toegankelijk winkelgebieden zijn. Ook komt de brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf met instrumenten, adviezen en goede voorbeelden om ondernemers te ondersteunen meer stappen te maken.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft 25 gemeenten aangesteld die als koploper gaan functioneren, door bijvoorbeeld personeel te trainen zich bewust te zijn van het belang van toegankelijkheid. Onder meer Haarlem en Breda doen daaraan mee.

Het kabinet wil dat alle ministeries op hun gebied aan toegankelijkheid werken. Ook willen zij dat gemeenten en het Rijk ervaringsdeskundigen betrekken bij bijvoorbeeld bouwplannen, zodat er vooraf aandacht is voor mogelijke beperkingen.

Kant en klare blauwdrukken.

In de nieuwe plannen is geen verplichting of wetswijziging te vinden. Het zijn vooral adviezen en ambities, gericht op bewustwording en ondersteuning. Toch is belangenvereniging Ieder(in) positief.

"Er is veel enthousiasme en ondernemers krijgen kant en klare blauwdrukken waarmee ze verder kunnen. Uiteraard hadden we liever gezien dat er ook verplichtingen waren gesteld, maar daar heeft dit kabinet bewust niet voor gekozen."

Ook Otwin van Dijk, die zich voorheen als Kamerlid voor de PvdA inzette voor ondertekening van het VN-Verdrag en nu burgemeester is, noemt de plannen een belangrijke mijlpaal. "Natuurlijk, de tijd van praten is twee jaar na ondertekening van het verdrag wel voorbij. Het is nu tijd voor actie."

Belangrijke groep klanten.

Maar hij denkt dat een toegankelijker samenleving vooral een kwestie van een andere denkwijze is. "Bijvoorbeeld dat ondernemers gaan inzien dat als 10 tot 15 procent van de Nederlanders een handicap heeft, dit economisch gezien ook een belangrijke groep potentiële klanten is. De druk opvoeren met nieuwe wetgeving is altijd nog een optie, maar ik ben ervan overtuigd dat deze breed gedragen plannen al veel kunnen veranderen."







ARTIKEL: KRITIEK OP DURE VRAAGBAAK VOOR KANKERPATIËNTEN.
bron: Redactioneel/NFK/RTLnieuws/ANP. door: Carlijn de Groot.

De Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) heeft haar bedenkingen tegen een bedrijf waar kankerpatiënten zich tegen betaling kunnen voorbereiden op een gesprek met hun oncoloog.

Het gaat om Medical Navigator, een bedrijf dat is opgericht door oud-medewerkers van KWF Kankerbestrijding. Bij het bedrijf zouden zich ruim dertig artsen hebben aangesloten, meldt het AD.

335 euro.

Een consult aan huis van 1,5 uur kost 335 euro, en daar komt per extra uur 150 euro bij. De NFK vindt dat de 'navigators' inspelen op de angst en onzekerheid van kankerpatiënten. Ook zouden zij op de stoel van de behandelend arts gaan zitten.

Een kankerpatiënt moet voor zijn vragen terecht kunnen bij zijn eigen ziekenhuis, en zijn eigen behandelend arts, vindt de NFK. Dat kost niets, want dit soort consulten valt binnen de basisverzekering. Volgens de NFK zou ieder ziekenhuis gespecialiseerde verpleegkundigen moeten hebben die patiënten met raad en daad steunen tijdens hun behandeling.

Reactie: 'niet te duur'

Medical Navigator stelt in een reactie in het AD dat hun hulp niet te duur is voor wat er geboden wordt. De patiënt krijgt antwoord op zijn belangrijkste vragen en inzicht in hoe zijn behandelplan eruit kan komen te zien. Tweederde van wat de artsen van Medical Navigator verdienen, verdwijnt in een potje voor research, meldt het bedrijf.

KWF Kankerbestrijding geeft toe dat er behoefte is aan een vraagbaak, maar verwijst naar de site kanker.nl. Daar kunnen patiënten gratis vragen stellen aan (ervarings)deskundigen.







ARTIKEL: KAMER WIL OPENBARE WACHTLIJSTEN GGZ.
bron: Redactioneel/TweedeKamer/RTLnieuws/ANP. door: Marlies van der Vloot.

De namen van ggz-instellingen met een wachtlijst moeten openbaar zijn. Dat eist de Tweede Kamer van staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid).

Omdat 30 procent van de ggz-instellingen geheim houden of ze een wachtlijst hebben, is het aanpakken ervan moeilijk. Onacceptabel, vinden Kamerleden. De wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg zijn de Kamer al tijden een doorn in het oog. Hoewel het budget voor de sector al jaren stijgt, worden de wachtlijsten niet opgelost.

Openbaar maken van de wachtlijsten is daarom noodzakelijk, zegt VVD-Kamerlid Leendert de Lange. "Het gelazer in de ggz moet echt over zijn. Het niet-delen van informatie over wachtlijsten onthoudt patiënten zorg. Dan ben je als aanbieder met de verkeerde dingen bezig. Door informatie niet te delen, laad je de verdenking op je dat je iemand liever laat wachten."

'Onacceptabel'

Zijn CDA-collega Joba van den Berg is er ook klaar mee: "Mensen moeten heel lang wachten op een intakegesprek en daarna ook nog op een behandeling. Terwijl zij kampen met psychische problemen waarvoor zij snel hulp nodig hebben."

Van den Berg wijst erop dat vorig jaar is afgesproken 288 miljoen extra in de ggz te investeren. "Maar tot nu toe is slechts 109 miljoen daarvan uitgegeven, dus geldgebrek is hier niet het probleem." VVD'er De Lange: "Dat kan dus niet. Daarom moeten de wachtlijsten openbaar worden, zodat we instellingen kunnen aanspreken op hun onverantwoordelijke gedrag." Ook coalitiepartner ChristenUnie steunt de roep om openbaarheid.

Normen niet gehaald.

Ruim een jaar geleden beloofde de ggz de wachttijd terug te brengen. Uiterlijk vier weken na aanmelding van een patiënt voor een behandeling moet het eerste gesprek plaatsvinden. Maximaal tien weken later moet de behandeling beginnen. Maar voor vrijwel geen enkele behandeling worden deze normen gehaald, blijkt uit een rapportage van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De Kamerleden zijn zo boos omdat lang wachten op hulp bij psychische problemen grote gevolgen kan hebben. Als iemand lang op behandeling moet wachten, kan het van kwaad tot erger gaan. Mensen raken in de schulden, verliezen hun baan, of hun huwelijk loopt stuk.







ARTIKEL: BLOEDBANKEN OP ZOEK NAAR DONOREN VANWEGE 'LAGE BLOEDSTAND'.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch. door: Ton van Vugt.

Ben je bloeddonor en heb je bloedgroep O of A+? Grote kans dat de bloedbank de laatste tijd flink achter je aanzit. "We zien op dit moment dat de bloedvoorraad lager staat dan ons lief is", zegt Merlijn van Hasselt van Sanquin Bloedbank.

Het gaat nog niet om een kritiek lage stand. "Maar als we zien dat de voorraad daalt, gaan we mensen actiever benaderen. Zeker nu de zomervakantie voor de deur staat", zegt Van Hasselt.

Balans zoeken.

"Dat de bloedstand momenteel aan de lage kant is, betekent dat er momenteel minder donaties gedaan worden dan waar we op gerekend hadden", vervolgt hij. Sanquin maakt berekeningen om te kunnen inschatten hoeveel bloed er nodig is in Nederland. "Die berekening baseren we op het gemiddelde gebruik door ziekenhuizen. Op basis daarvan versturen we uitnodigingen naar donoren."

Het is altijd zoeken naar een goede balans tussen stijgen en dalen van de bloedvoorraad van de verschillende bloedgroepen. "Een tekort mag natuurlijk niet ontstaan, want dan worden ziekenhuizen gehinderd bij het uitvoeren van behandelingen", zegt Van Hasselt. "Maar te veel wil je ook niet, want je wilt niet verspillen. Bloedbestanddelen zijn beperkt houdbaar. Je wilt geen bloed moeten weggooien."

Mooi weer.

Schommelingen in de bloedvoorraad komen regelmatig voor. Mogelijk speelt het mooie weer van de afgelopen maanden een rol bij de huidige daling. "We weten dat mensen als het mooi weer is minder snel op een donatie-uitnodiging ingaan".

Er zijn meer dan 300 bloedgroepen, maar de onderverdeling tussen A, B, AB en O is het meest bekend. Nederland telt 320.000 bloeddonoren. "Nieuwe donoren zijn altijd welkom", zegt Van Hasselt. Bestaande donoren zullen wellicht vaker benaderd en herinnerd worden.

Donoren zullen dus herinneringen krijgen. "Als jij als donor een uitnodiging ontvangt, staat daarop: je bent welkom tussen nu en over twee weken. Als mensen dan niet verschijnen, sturen we na zeven dagen een sms'je. En veertien dagen daarna bellen we. We willen iedereen op het hart drukken: kom vooral, want we hebben je nodig."

Bedankje.

Het was gisteren Wereld bloeddonordag. In dat kader gingen patiënten die bloed van anderen hebben gekregen langs de 28 vestigingen van de bloedbank om daar donoren persoonlijk te bedanken.

Sanquin is permanent op zoek naar nieuwe donoren, die onder meer worden geworven via een website die jaarlijks 5000 nieuwe aanmeldingen moet opleveren.







ARTIKEL: ZIEKENHUISFUSIES AFGELOPEN JAREN TE MAKKELIJK GOEDGEKEURD.
bron: Redactioneel/FD/Skipr/ANP MediaWatch. door: Carlijn de Groot.

Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft de afgelopen jaren te makkelijk fusies tussen ziekenhuizen goedgekeurd. Daardoor is de ziekenhuismarkt nu te geconcentreerd, is er te weinig concurrentie mogelijk en is het voor verzekeraars moeilijk om op basis van kwaliteit zorg in te kopen. Het is de belangrijkste conclusie van gezondheidseconoom Anne-Fleur Roos, die de afgelopen jaren onderzoek deed naar de fusies en op het onderwerp promoveert aan Erasmus School of Health Policy & Management.

Van de 34 ziekenhuisfusies die aan de ACM werden voorgelegd, keurde de toezichthouder er maar één af. Een versmelting van het Albert Schweitzer Ziekenhuis en de Rivas Zorggroep zou te weinig ruimte voor concurrentie in de regio tussen Dordrecht en Gorinchem overlaten.

Volgens Roos is de markt is na een aantal fusiegolven nu enorm geconcentreerd. "Zorgverzekeraars en ziekenhuizen zijn in veel regio's wederzijds afhankelijk van elkaar geworden. Daardoor is het moeilijk voor de verzekeraars om op basis van de prijs of kwaliteit zorg in te kopen", zegt zij in het FD van vandaag.

Marktwerking.

Toezichthouder ACM heeft gedacht dat de introductie van marktwerking in de zorg vanzelf zou leiden tot meer concurrentie. "Maar dat bleek uiteindelijk niet het geval. Je ziet bijvoorbeeld dat relatief weinig nieuwe aanbieders tot de markt toetreden", ziet Roos. Concurrentie zou onder andere moeten komen van zelfstandige klinieken, maar die nemen op dit moment nog maar ongeveer 4 procent van de markt voor ziekenhuiszorg voor hun rekening.

De ACM lijkt al tot dezelfde conclusies te zijn gekomen. Eind vorig jaar kondigde de marktwaakhond dan ook al aan het toezicht op fusieplannen van ziekenhuizen te gaan verscherpen. De aanscherping van het beleid komt volgens Roos echter 'te laat'. Volgens de gezondheidseconoom was het al langer bekend dat fusies leiden tot prijsstijgingen en lang niet altijd een verbetering van de kwaliteit laten zien.







ARTIKEL: ROUWKUBUS HELPT VERSTANDELIJK GEHANDICAPTEN BIJ PRATEN OVER VERLIES.
bron: Redactioneel/EenVandaag [AVROTROS]. door: Marlies van der Vloot.

Hoe zie je of iemand met een verstandelijke beperking worstelt met verlies? Rouw signaleren en erover praten kan lastig zijn voor begeleiders en familieleden. Dat viel ook Marjon Verboom in de praktijk op. Ze bedacht daarom de rouwkubus: een tool voor begeleiders en mensen met een verstandelijke beperking die helpt bij het praten over verlies.

Verboom werkt als onderzoeker voor stichting Amerpoort, een organisatie die verstandelijk beperkten ondersteunt. Ze bedacht de rouwkubus toen haar in de opviel dat begeleiders het moeilijk vonden om rouw te herkennen en erover te praten. "Begeleiders zijn handelingsverlegen als het gaat om rouw en verlies. Dat is sowieso een heel moeilijk onderwerp om over te praten, laat staan bij mensen met een verstandelijke beperking. Ik ben toen gaan rondvragen bij andere instellingen en ook daar bleek dat begeleiders hiermee worstelden." Volgens Verboom is het moeilijk om bij mensen met een verstandelijke beperking te zien of diegene rouwt. "De rouw uit zich dan niet in woorden maar in gedrag. Begeleiders zijn vaak bezig met het aanpakken van dat gedrag, in plaats van te kijken naar waar het vandaan komt."

Daarnaast zitten begeleiders volgens Verboom ook nog eens vast in de waan van de dag. "Je hebt het druk met van alles: heeft iemand wel op tijd zijn medicijnen gehad, heeft iemand wel gegeten, is diegene aangekleed? Als een client een verlies meemaakt, of er gebeurd iets schokkends, dan is er ook geen tijd om het er uitgebreid over te hebben." De kubus moet het makkelijker maken voor begeleiders om de stap te zetten. "Het doel is om met de rouwkubus, rouwverwerking op de werkvloer behapbaar te maken. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het hoeft ook niet opgelost te worden: alleen al erover praten kan helpen. We zijn allemaal mensen en willen allemaal gehoord en gezien worden."

'Rouw kan voelen als een puzzel'

De rouwkubus is een gekleurde kubus met zes kanten waar verschillende woorden op staan. Verboom: "Het is een hulpmiddel om te praten over rouw en verlies en om te ontdekken wat iemand nodig heeft." Bij elke kant horen verdiepingsvragen. "Wie ben ik, wat is er gebeurd, wat voel ik hierbij en wat heb ik nodig? De kubus heeft ook insteekvakjes, dus je kunt daarvoor foto's en tekeningen maken. Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak visueel ingesteld. De kubus kan ook worden gebruikt als een dobbelsteen en op die manier komt elke kant spelenderwijs aan bod." Qua vormgeving lijkt de rouwkubus op de Rubiks kubus, met een reden: "Rouw kan voelen als een puzzel."

Tot nu toe is iedereen enthousiast over de kubus. De behoefte aan zo'n tool was dan ook erg groot, vertelt Verboom. "Er zijn nu aanvragen voor 150 kubussen en we hebben hem pas een week gelanceerd. Er is vraag vanuit het onderwijs, politie en huisartsenpraktijken. Ook buiten de gehandicaptenzorg kan de rouwkubus gebruikt worden."







ARTIKEL: KABINET KAN SLUITING REGIONALE INTENSIVE CARES NIET UITSLUITEN.
bron: Redactioneel/NOS/ANP MediaWatch. door: Ton van Vugt.

Minister Bruins kan niet garanderen dat alle regionale ziekenhuizen hun afdelingen spoedeisende hulp en intensive care kunnen behouden. In een debat in de Tweede Kamer zei hij dat "we af moeten van de gedachte dat overal in Nederland een regionaal ziekenhuis is met alle functies die het nu heeft en dat het die for ever and ever houdt. "

Bruins zegt dat de kwaliteit van de zorg voorop moet staan en dat dit kan betekenen dat er afdelingen moeten sluiten en dat mensen uit de regio wat verder moeten reizen. Hij wil dat mensen die acute zorg nodig hebben nog wel op redelijke afstand terechtkunnen, maar niet per se meer in "het ziekenhuis om de hoek".

Hij laat liever een veer op het punt van de bereikbaarheid dan op dat van de kwaliteit, zei hij meermaals. "In sommige ziekenhuizen is nu gewoon te weinig te doen voor sommige specialisten."

Scherpere richtlijnen.

De oppositie in de Tweede Kamer vreest dat ziekenhuizen helemaal moeten sluiten als ze geen afdeling spoedeisende hulp of intensive care meer hebben. Het gaat er niet om dat er geen ziekenhuis meer dicht mag, zei Bruins, of dat alle ziekenhuizen alle taken moeten behouden. Wel moeten de ziekenhuizen die er zijn voldoen aan de landelijke kwaliteitsstandaarden.

Vanaf komende maand moeten alle ziekenhuizen voldoen aan scherpere richtlijnen voor intensive care- en spoedeisende zorg. Die richtlijnen zijn door zorgprofessionals opgesteld en één ervan is dat er in elk ziekenhuis zeven dagen per week een IC-arts aanwezig is. Die moet steeds beschikbaar zijn voor de ic en acute zorg en kan dus bijvoorbeeld geen langdurige operaties doen. De inspectie gaat vanaf 1 juli controleren of ziekenhuizen zich daaraan houden.

De minister zei dat hij de richtlijnen toejuicht, maar dat hij er niet over gaat. Hij zei wel toe dat hij bij wet gaat regelen dat ziekenhuizen in een vroeg stadium in overleg gaan met alle partijen - van gemeenten tot patiënten- als zij afdelingen willen sluiten. "Zij kunnen onzekerheid dan wegnemen."







ARTIKEL: POSTNATALE DEPRESSIE IS VAAK NOG EEN TABOE.
bron: Redactioneel/Zorg.nu/ANP. door: Carlijn de Groot.

Ruim de helft van de Nederlandse vrouwen met een postnatale depressie (PPD) vindt het moeilijk hierover te praten. Ze zijn bang dat anderen hen als slechte moeder zien als ze om hulp vragen, of dat ze een ander daarmee belasten. Dat blijkt uit onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid, dat donderdag een campagne begint om het onderwerp beter bespreekbaar te maken en het uit de taboesfeer te halen.

Voor de naasten van een vrouw met PPD blijkt het ook een lastig onderwerp. Bijna de helft gaf aan liever te wachten tot de vrouw het onderwerp aansnijdt. Ze zeiden bang te zijn de vrouw te kwetsen als ze erover zouden beginnen, terwijl de helft van de vrouwen in het onderzoek juist aangeeft het fijn te vinden als iemand anders de eerste stap zou zetten.

De partner is voor de meeste vrouwen de aangewezen persoon om over het onderwerp te praten: zo’n twee derde van de ondervraagden deed dat.

Aandacht van professionals.

Staatssecretaris Paul Blokhuis wil met de campagne het onderwerp uit de taboesfeer halen, onder meer met spotjes op radio en televisie. 'Het is heel belangrijk dat professionals hier aandacht voor hebben', zegt hij. 'Maar zeker zo belangrijk is dat net bevallen moeders en hun naasten erover durven te praten. Je bent geen slechte moeder als je niet op een roze wolk zit.'







ARTIKEL: PAK MISLEIDENDE ETIKETTEN OP VOEDINGSMIDDELEN EUROPEES AAN.
bron: Redactioneel/BEUC/RTLnieuws/ANP. door: Marlies van der Vloot.

De Europese consumentenkoepel BEUC wil dat er Europese regels komen om misleidende informatie op voeding aan te pakken.

BEUC heeft onderzoek van consumentenorganisaties in tien EU-landen geanalyseerd en gebundeld. Daaruit blijkt dat fabrikanten de waarheid over hun producten nogal eens 'oprekken'. "Het is opvallend dat bijvoorbeeld een 'ananas- en kokosnootsapje' in werkelijkheid nog niet voor een derde uit dit fruit bestaat'', zegt BEUC-directeur Monique Goyens.

'Boordevol gezond fruit'

Er wordt ook gretig gebruik gemaakt van concentraten, smaakmakers of puree in koekjes of yoghurt die volgens de verpakking boordevol gezond fruit zitten. Om consumenten eerlijkere informatie te bieden, stelt BEUC voor dat het percentage fruit op het etiket wordt vermeld.

Ook wil BEUC dat er minimumeisen voor de hoeveelheid volkorengranen komen om brood, koekjes of pasta een volkorenproduct te mogen noemen. De organisatie adviseert tevens om Europese definities op te stellen voor termen als 'traditioneel', 'ambachtelijk' en 'natuurlijk'.

In 2013 voerde de Consumentenbond al eens in Nederland campagne tegen misleidende etiketten. Die leverde weinig gedragsverandering bij fabrikanten op. Uit enquêtes blijkt dat 85 procent van de Nederlandse en 84 procent van de Duitse consumenten informatie op voeding en drankjes niet vertrouwt. "Dit rapport bewijst dat ze daar goede redenen voor hebben", stelt BEUC.







ARTIKEL: MEER BACLOFENPOMPEN BIJ KINDEREN MET CP.
bron: Redactioneel/BOSK. door: Ton van Vugt.

VUMC heeft de BOSK laten weten dat het in 2018 minimaal het aantal pompen als in 2017 zal plaatsen bij kinderen met CP. Voor deze kinderen betekent dit een enorme verbetering van hun kwaliteit van leven.

De lobby van de BOSK heeft daarmee effect gehad. Vorige maand trokken wij aan de bel omdat er in Nederland vrijwel geen baclofenpomp meer werd geplaatst bij kinderen met cerebrale parese. De wachtlijst bij VUMC, het belangrijkste ziekenhuis voor deze pompen, groeide razendsnel.

De BOSK is erg blij met het besluit van het VUMC. Voor sommige kinderen met cerebrale parese is de baclofenpomp de enige interventie die een oplossing biedt voor ernstige spasticiteit en/of dystonie.

Naar een structurele oplossing.

Daarnaast gaat VUMC met de zorgverzekeraars in gesprek om vanaf januari 2019 een structurele oplossing te kunnen bieden. Dit najaar heeft de BOSK daarover opnieuw contact met verzekeraars en ziekenhuis.

Meld ons je problemen.

Om de vinger aan de pols te kunnen houden, vragen wij mensen ons op de hoogte te houden van problemen die ze ervaren met het wachten op de plaatsing van pompen. Meld dit aan de BOSK: info@bosk.nl







ARTIKEL: ZORGVERZEKERAAR EN AANBIEDER MOETEN MET PATIËNT IN GESPREK GAAN OVER POLIS.\
bron: Redactioneel/Patiëntenfederatie Nederland. door: Carlijn de Groot.

Zorgverleners en zorgverzekeraars moeten vaker met patiënten en verzekerden in gesprek gaan over wat hun zorgverzekering wel of niet vergoedt. Want nog steeds komen mensen voor onverwachte kosten te staan als ze naar een zorgverlener gaan die achteraf niet blijkt te zijn gecontracteerd door hun zorgverzekeraar. Ze moeten dan een deel van de behandeling zelf betalen.

Volgens Patientenfederatie Nederland is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van verzekeraar en aanbieder om de patient goed voor te lichten. En dat dan vóór de behandeling begint. Zeker mensen met een budgetpolis lopen de kans dat ze een deel van de kosten zelf moeten betalen. Maar ook verzekerden met een naturapolis moeten zich realiseren dat ze niet zomaar naar een willekeurige zorgverlener kunnen gaan.

De Patientenfederatie reageert op een uitspraak van de rechtbank waarin is bepaald dat verzekerden zelf de plicht hebben om zich goed te informeren over de vergoeding van gemaakte zorgkosten.

'Wij vinden dit erg kort door de bocht', zegt directeur Dianda Veldman. 'Je kunt niet van een verzekerde verwachten dat die elke keer als hij naar een zorgverlener gaat eerst met de zorgverzekeraar belt of die wel is ingekocht.

Daarom zeggen wij dat een zorgverlener - vóór hij met een behandeling begint - met zijn patient moet bespreken of de zorg wel wordt vergoed.

Laten we het tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid maken van zorgverzekeraar, zorgaanbieder en patient. Want niemand wil achteraf gedoe over de rekening.'







ARTIKEL: KWALITEIT ELEKTRONISCHE PATIËNTENDOSSIERS ONDER DRUK DOOR MEERVOUDIG GEBRUIK.
bron: Redactioneel/NIVEL. door: Marlies van der Vloot.

Elektronische patiëntendossiers bieden een schat aan informatie om de zorg te verbeteren. Deze gegevens worden voor veel verschillende doelen gebruikt en hergebruikt. Maar leidt al dat hergebruik niet tot vertekende uitkomsten? Nivel beschreef samen met een internationaal consortium de factoren die de kwaliteit van deze Big Data kunnen beïnvloeden. Het rapport verscheen onlangs in het International Journal of Medical Internet Research (JMIR).

Steeds vaker worden gegevens uit het elektronisch patiëntendossier niet alleen gebruikt voor de zorg aan patiënten. De gegevens worden steeds vaker gedeeld tussen professionals in de zorg, tussen professionals en patiënten, als verantwoordingsinformatie voor verzekeraars en burgers, en voor het managen van bedrijfsprocessen. De vraag is of die data voor elk van die doelen geschikt is en of die doelen wel met elkaar te verenigen zijn.

Storende factoren.

De onderzoekers beschrijven de ‘voedselketen’ waarlangs gegevens worden geregistreerd, verzameld, opgeslagen en ter beschikking komen van gebruikers. Voor elke stap in die keten beschrijven zij welke gevaren er op de loer liggen ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens. Zoals ook bij een echte voedselketen, komt iedere afwijking uiteindelijk bij de eindgebruiker terecht, maar deze is zich daar vaak niet van bewust.

Nivel-onderzoeker Robert Verheij: “Gebrekkige kwaliteit van gegevens is één van de belangrijkste obstakels om de zorg te kunnen verbeteren.” Samen met zijn collega-onderzoekers stelde hij zich vragen over hoe de inzage van patiënt de inhoud van het dossier beïnvloedt. Is de kwaliteit van elektronische patiëntendossiers erbij gebaat als er ook kwaliteitsindicatoren van worden afgeleid? Hoe verandert de kwaliteit van die dossiers als een arts zich realiseert dat een patiënt er direct inzage in heeft? Volgens Verheij is het belangrijk om antwoorden hierop te krijgen: “Over de omvang van dergelijke effecten weten we op dit moment erg weinig, maar ze kunnen gemakkelijk leiden tot verkeerde interpretatie van gegevens, zowel in de directe patiëntenzorg, als in onderzoek en in kwaliteitsinformatie.”

Kwaliteitsbeoordeling.

Om hier iets aan te doen is moeten meetinstrumenten ontwikkeld worden om de kwaliteit van elektronische patiëntendossiers inzichtelijk te maken en waar nodig te verbeteren. Alleen als die instrumenten er zijn, kunnen we verantwoord gebruik maken van het Big Data potentieel van elektronische patiëntendossiers. Het artikel kan worden beschouwd als aanzet voor een ‘onderzoeksagenda datakwaliteit’.







ARTIKEL: NIEUWSBRIEF AEDES-ACTIZ KENNISCENTRUM WONEN-ZORG.
bron: Redactioneel/ActiZ. door: Ton van Vugt.

POWER Amersfoort, een krachtig netwerk voor ouderen; het Van Swinderenhof in Assen met woningen voor mensen die uit de opvang komen en weer zelfstandig willen gaan wonen; een impressie van de Manifestatie Degigning a Community of Care en meer in deze nieuwsbrief van 7 juni.

LINK:NAAR DE NIEUWSBRIEF.







ARTIKEL: TELEDIAGNOSTIEK BIEDT VOORDELEN VOOR PATIËNT EN ARTS.
bron: Redactioneel/Fok!/ANP MediaWatch. door: Carlijn de Groot.

Tijdsbesparing, zowel voor arts als voor de patiënt, is een belangrijk voordeel van telediagnostiek. De patiënt hoeft niet naar de behandelend arts te reizen en de arts kan op een willekeurig moment een vraag aan een collega stellen. Ook is het vaak zo geregeld dat een medisch specialist zonder wachttijd kan worden geraadpleegd.

Dit blijkt uit een onderzoek van het RIVM, waarin het onderzoeksinstituut de voor- en nadelen van het gebruik van telediagnostiek in de gezondheidszorg in Nederland in kaart heeft gebracht. Hierbij is specifiek aandacht besteed aan telediagnostiek in de dermatologie en radiologie, twee vakgebieden waarin deze wijze van diagnostiek veel wordt gebruikt.

Overleg tussen zorgprofessionals.

Internet maakt het mogelijk dat medische gegevens worden uitgewisseld. Bij telediagnostiek wordt op afstand een diagnose gesteld. Degene die dat doet, ziet de patiënt niet en moet er dus op kunnen vertrouwen dat de toegestuurde gegevens goed zijn. Telediagnostiek wordt vooral gebruikt voor overleg tussen zorgprofessionals, zoals de huisarts en medisch specialist of tussen radiologen. Ook kunnen patiënten medische gegevens verzamelen, zoals over de bloeddruk of de bloedsuikerwaarde, waarmee een zorgverlener vanaf een andere plek een diagnose stelt.

Door telediagnostiek wisselen artsen hun kennis meer uit en wordt het leven van patiënten wat verlicht als ze hun ziekte kunnen bewaken door zelf te meten. Bijkomende voordelen zijn dat de huisarts minder hoeft door te verwijzen en dat medische gegevens direct op de juiste manier worden vastgelegd.

Randvoorwaarden.

Daarnaast zijn enkele zaken nodig om het risico op een verkeerde diagnose te beperken en de continuïteit van de zorgverlening en de privacy van de patiënt te waarborgen. Dit zijn onder andere goede ICT-voorziening, bekwame zorgverleners, goede instructies voor de patiënten, en voldoende draagvlak binnen de zorgorganisatie om met telediagnostiek te werken. Het is ook belangrijk dat zorgprofessionals duidelijke afspraken maken over hun samenwerking bij gebruik van telediagnostiek. Professionele zorgstandaarden, waarin staat beschreven hoe telediagnostiek medisch verantwoord gebruikt kan worden, zijn in Nederland nog in ontwikkeling.







ARTIKEL: AANTAL VOORSTANDERS VAN ROOKVRIJE SPEELTUINEN NEEMT TOE.
bron: Redactioneel/Radar/Longfonds. door: Marlies van der Vloot.

Steeds meer Nederlanders zijn voor rookvrije speeltuinen. Dit blijkt uit onderzoek van Kantar Public in opdracht van KWF Kankerbestrijding.

85 procent van de Nederlanders is voor maatregelen om te zorgen dat er niet meer gerookt wordt in speeltuinen. In 2015 was dat nog 65 procent.

Bewust van de risico’s van roken en meeroken.

Michael Rutgers, directeur van het Longfonds, geeft aan blij te zijn dat mensen de Rookvrije Generatie steunen: ‘Een rookvrije omgeving voor kinderen is steeds vanzelfsprekender. Mensen realiseren zich wat de risico’s zijn van roken en meeroken, en dan vooral voor hun kinderen en kleinkinderen. We hopen dat alle speeltuinverenigingen hiermee aan de slag gaan.’

Minder verleiding om zelf te gaan roken.

Rookvrije speeltuinen zorgen niet alleen dat kinderen worden beschermd voor de schadelijke gevolgen van (mee)roken, maar ook dat zij minder vaak in de verleiding komen om zelf te gaan roken. Inmiddels zijn ongeveer 120 speeltuinen in Nederland rookvrij. Steeds meer andere plekken die drukbezocht worden door kinderen, zoals kinderboerderijen en buitenzwembaden, nemen ook maatregelen om hun terrein rookvrij te maken.







ARTIKEL: GEMEENTEN MOGEN MEEPRATEN BIJ SLUITINGSPLAN ZIEKENHUIS.
bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur/ANP. door: Ton van Vugt.

Gemeenten en omwonenden moeten worden geraadpleegd als een streekziekenhuis plannen maakt om afdelingen te sluiten of samen te laten gaan.

Ook moeten plannen daartoe in een vroeg stadium worden gemeld bij de Inspectie en de Nederlandse Zorgautoriteit. Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) wil dit wettelijk vastleggen.

Bewoners.

Wat Bruins betreft moet dat overleg al ‘vroeg in het besluitvormingsproces beginnen, voor er een definitief besluit wordt genomen’. Bewoners moeten kunnen aangeven hoe ze over de plannen denken, ‘zodat dit kan worden meegenomen in de besluitvorming’.

Kwaliteitsnormen.

In de Tweede Kamer en in de streekziekenhuizen zelf bestaan veel zorgen over de nieuwe kwaliteitsnormen, die vanaf 1 juli gelden. De vrees is dat kleinere ziekenhuizen er niet aan kunnen voldoen, wat vervolgens zou leiden tot minder zorg buiten stedelijke gebieden. Een flink deel van de grofweg dertig streekziekenhuizen denkt niet aan de nieuwe norm te kunnen voldoen.







ARTIKEL: VANAF VOLGEND JAAR: WMO-ABONNEMENT.
bron: Redactioneel/Supportbeurs. door: Carlijn de Groot.

In het regeerakkoord van het kabinet was er al sprake van: een landelijk abonnementstarief voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Op 1 juni jongstleden maakte het ministerie van VWS de concrete plannen voor de invoering van een dergelijk WMO-abonnement bekend.

Hiermee kunnen mensen die veel zorg en ondersteuning nodig hebben, flink besparen. Het WMO-abonnement wordt als een tijdelijke maatregel ingevoerd, in afwachting van een WMO-wetswijziging, die er op zijn vroegst in 2020 komt.

Stapeling van zorgkosten.

Dat de kosten al snel hoog kunnen oplopen, wanneer je vanwege een handicap of aandoening verschillende soorten zorg en ondersteuning nodig hebt, hoeven we jou niet te vertellen. Je moet per voorziening een eigen bijdrage betalen en die is afhankelijk van de gemeente waar je woont, je inkomen / vermogen en de samenstelling van je huishouden. In 2016 kwam door onderzoek van Ieder(in) en Binnenlands Bestuur aan het licht dat mensen die zorg van de gemeente in het kader van de WMO nodig hebben, deze door de hoogte van de eigen bijdrage(n) toch gingen mijden. Met alle gevolgen van dien.

Betaalbare zorg.

Het kabinet wil door de invoering van een abonnementstarief de zorg nu beter betaalbaar maken en de eigen WMO-bijdrage voor iedereen, in heel Nederland, gelijk maken. Vanaf 1 januari 2019 betaal je een vast bedrag aan eigen bijdrage (17,65 euro per vier weken) voor het gebruik van WMO-maatwerkvoorzieningen. De eigen bijdrage wordt door het WMO-abonnement dus losgekoppeld van de hoeveelheid zorg die je nodig hebt en je inkomen en vermogen. Wanneer je veel zorg en ondersteuning nodig hebt, kun je door dit WMO-abonnement wel tot enkele honderden euro’s per maand besparen.

Zeker voor mensen met een gemiddeld inkomen, die veel last ondervinden van de hoge eigen WMO-bijdragen, is dit erg goed nieuws. Maar ook mensen met een laag inkomen, die in de vorige regeling al gecompenseerd werden, gaan er met een WMO-abonnement niet op achteruit. Gemeenten behouden namelijk ook in 2019 de mogelijkheid om mensen uit de laagste inkomensgroepen niets aan eigen bijdrage te laten betalen. Ook meerpersoonshuishoudens met een eenverdiener onder de AOW-leeftijd, blijven vrijgesteld van eigen bijdragen.

Gevolgen van de invoering van een WMO-abonnement.

Dat je als zorgvrager op voorhand 100 procent duidelijkheid hebt over wat je moet betalen en dus niet meer voor vervelende verrassingen komt te staan als je het resultaat van de ingewikkelde eigen bijdrage-berekeningen op de factuur ziet staan, is alleen maar goed. Maar er kleven ook neveneffecten aan.

Gemeenten zullen door de komst van een WMO-abonnement hun inkomsten gevoelig zien dalen. Het kabinet trekt 145 miljoen euro uit voor de gemeenten om de vereenvoudiging en verlaging van de eigen WMO-bijdragen op te vangen. Maar dat zal onvoldoende zijn om alle extra kosten op te vangen, berekende onder andere het Centraal Planbureau (CP) eerder al. Er zullen dus waarschijnlijk gemeenten zijn die het abonnementssysteem willen omzeilen. Aangezien het WMO-abonnement geldt voor WMO-maatwerkvoorzieningen en niet voor algemene voorziening, zullen gemeenten misschien proberen om de zorg en ondersteuning die jij nodig hebt, uit het assortiment ‘algemene voorziening’ te laten komen. Zelfs al heb je meer baat bij een maatwerkvoorziening. Deze (onterechte) verschuiving van maatwerk naar algemene voorzieningen kan voorkomen worden door begeleiding, dagbesteding en respijtzorg altijd onder het WMO-abonnement te laten vallen. Dan maakt het niet uit of een gemeente dit onder een algemene voorziening of maatwerk aanbiedt.

Een ander neveneffect, waarvoor al geruime tijd gewaarschuwd wordt, is dat de abonnementsregeling kan zorgen voor een stormloop op de voorzieningen. Omdat de eigen bijdrage nu is losgekoppeld van het inkomen en vermogen van een huishouden, zal het voor hoge inkomensgroepen ook veel aantrekkelijker worden om een beroep te doen op de gemeente, terwijl ze de zorg en ondersteuning eigenlijk zelf kunnen bekostigen (en dat nu al doen). En dat is ten nadele van de doelgroep waar de WMO zich juist op richt. Tweede Kamerlid Vera Bergman zei hier in november vorig jaar al over dat een goed , nauwkeurige indicatiestelling en monitoring erg belangrijk zullen zijn om ‘misbruik’ tegen te gaan. Juist daar wringt regelmatig de schoen, bleek uit eerder onderzoek. Want de mate van deskundigheid van de gemeentelijke ambtenaren laat wel eens te wensen over of er wordt niet goed geluisterd of doorgevraagd naar welke zorg of ondersteuning iemand echt nodig heeft.







ARTIKEL: ENQUÊTE ONDERZOEK DOOFBLINDHEID.
bron: Redactioneel/Doofblindennieuws. door: Marlies van der Vloot.

Drie studenten van de Hogeschool Utrecht hebben voor hun afstudeerscriptie gekozen om een onderzoek in te stellen. Een onderzoek die met doofblindheid te maken heeft.

Een onderzoek naar de term ‘doofblindheid’, het grijze gebied van tolken en begeleiders en over het vingerspellen in de hand.

Het zou fijn zijn als je meedoet door het invullen van de enquete.

LINK: VUL DE ENQUÊTE HIER IN!

Bij voorbaat dank namens de drie studenten!







ARTIKEL: VERDELING TRANSFORMATIEFONDS JEUGD BEKEND.
bron: Redactioneel/BinnenlandsBestuur. door: Yolanda de Koster/Ton van Vugt.

De verdeling van het transformatiefonds over de 42 jeugdzorgregio’s is bekend, evenals de spelregels tot toekenning ervan. Er is voor de komende drie jaar in totaal 108 miljoen euro beschikbaar voor plannen van jeugdzorgregio’s om de vernieuwing van de jeugdhulp een boost te geven.

Voor de jeugdzorgregio Rijnmond is met jaarlijks ruim 2,7 miljoen euro het meeste geld beschikbaar, de jeugdzorgregio Midden-Limburg West komt met nog geen 194.000 euro voor het minste uit de ruif in aanmerking. De hoogte per regio is vastgesteld naar rato van het aantal kinderen tot 23 jaar op 1 januari 2018.

Regionale deals.

Om voor het transformatiegeld in aanmerking te komen, moeten jeugdzorgregio’s regionale deals jeugd afsluiten. De regio’s moeten dit jaar een meerjarig transformatieplan opstellen, dat minimaal tot en met 2020 loopt. Jeugdzorgregio’s kunnen ook, als de (boven)regionale context daarom vraagt, de handen ineen slaan en samen een plan indienen. Als er geld overblijft, in het geval niet alle regio’s een plan indienen, wordt het geld verdeeld over de jeugdzorgregio’s met goedgekeurde plannen.

Basis op orde.

‘Bij de beoordeling van het transformatieplan zal onder meer aandacht worden besteed aan de mate waarin een jeugdzorgregio de ‘basis op orde’ heeft’, aldus de spelregels die door rijk en VNG zijn opgesteld. Dat betekent onder meer dat binnen de jeugdzorgregio meerjarige inkoopcontracten worden afgesloten. Ook moet er binnen de jeugdzorgregio een visie zijn op de doorontwikkeling van de lokale teams.

Zorg voor de Jeugd.

In het transformatieplan moet daarnaast op zijn minst een van de actielijnen uit het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd zijn uitwerkt. Onderdelen daarvan zijn de verbetering van de toegang tot de jeugdhulp voor kinderen en gezinnen. Ook moeten situaties die onveilig zijn voor kinderen eerder en effectief te lijf worden gegaan. De acties die in het transformatieplan worden opgenomen, moeten zorggericht zijn en ‘daarmee direct en merkbaar beter voor kinderen, jongeren, opvoeders en leerkrachten’, aldus een van de toetsingscriteria. De transformatiebeweging moet ook duurzaam zijn.

Kennis delen.

Het is niet de bedoeling dat regio’s het wiel opnieuw gaan uitvinden. Het Transformatiefonds heeft mede tot doelstelling ‘om gezamenlijk op landelijk niveau een stap voorwaarts te zetten, naar een jeugdhulpstelsel dat zich steeds beter ontwikkelt. Hiervoor is het belangrijk dat jeugdzorgregio’s gebruik maken van wat er al is, en dit ook verder versterken’, zo staat in de Spelregels Transformatiefonds te lezen.

Decembercirculaire.

De helft van het transformatiebudget hoesten gemeenten op, via de algemene uitkering, de andere helft het rijk. De verdeling vindt plaats via een decentralisatie-uitkering. In de decembercirculaire 2018 zal de eerste 36 miljoen euro uit het Transformatiefonds worden uitgekeerd. Tot 1 oktober kunnen plannen worden ingediend bij het ministerie. De transformatieplannen worden door de Stuurgroep Zorglandschap - waarin rijk, VNG, branches van aanbieders en cliëntenorganisaties zitten – beoordeeld.







ARTIKEL: HOE ‘ONBEPERKT’ ZIJN ONZE GEMEENTEN NA TWEE JAAR VN-VERDRAG?
bron: Redactioneel/Supportbeurs. door: Carlijn de Groot.

Openbare gebouwen die niet toegankelijk zijn als je in een rolstoel zit. Werkgevers die sollicitanten met een lichamelijke beperking al bij voorbaat afwijzen.

Niet onbeperkt de bus of trein kunnen nemen… Het zijn slechts drie voorbeelden van situaties die je als je een lichamelijke beperking en/of een chronische ziekte hebt tegenkomt in onze samenleving. Grote kans dat je er een of meer van herkent en meer soortgelijke situaties hebt meegemaakt.

Maak gemeenten ‘onbeperkt’.

Het VN-verdrag voor de rechten van personen met een beperking is er om de positie van mensen met een lichamelijke beperking te verbeteren. In elke Nederlandse gemeente moeten alle inwoners onbeperkt kunnen meedoen. Wat is er allemaal gebeurd nadat het verdrag in 2016 officieel is aangenomen? Wat is de stand van zaken in onze gemeenten? De Verenging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en kennisinstituut Movisie hebben een peiling gehouden rondom die vragen.

Nog veel werk aan de winkel.

Uit de peiling – waaraan 94 gemeenten deelnamen – blijkt dat de helft van de gemeenten nog in de verkennende fase verkeert. Zij onderzoeken vooral welke impact het VN-verdrag nu eigenlijk echt voor hen heeft. Daarnaast geeft 17% van de gemeenten aan al wel een beeld te hebben van wat er moet gebeuren en 15% is bezig met het opstellen van een plan van aanpak. Kortom: veel gemeenten zijn dus al wel aan de slag, maar er is nog genoeg werk aan de winkel!

Een breed beleid.

De gemeenten geven in de peiling vrijwel allemaal aan dat zij meerdere onderwerpen uit het VN-verdrag meenemen in hun beleid. Denk dan vooral aan het betrekken van mensen met een beperking en hun naasten (95%), openbare gebouwen die fysiek gezien onbeperkt toegankelijk zijn (95%), duidelijke communicatie (80%) en meer kansen op de arbeidsmarkt (79%). Daarbij ligt in één op de vijf gemeenten de nadruk op mensen met een lichamelijke beperking.

Meer ondersteuning nodig.

Maar als de aanpak in veel gemeenten al duidelijk is, waarom loopt het proces dan toch traag? Veel deelnemers aan de peiling geven aan dat zij niet genoeg mensen en middelen hebben om de plannen rondom het VN-verdrag uit te voeren. Ook is het vaak onduidelijk wat het verdrag nu precies vraagt en verplicht. Verder verloopt de samenwerking van de gemeenten met andere organisaties en stakeholders soms wat stroef. Extra ondersteuning rondom het VN-verdrag is dus welkom.

Verder aan de slag.

De VGN gaat aan de slag met de resultaten van de peiling. Zij zorgt voor handleidingen, en stappenplannen, documenten met informatie, bijeenkomsten en meer. Zo wil de VGN het in de praktijk brengen van het verdrag verder stimuleren onder de gemeenten. Dat gebeurt ook door middel van het Koplopersprogramma, met daarin goede en mooie voorbeelden van de invulling van het VN-verdrag door verschillende gemeenten die echt werk maken van een inclusieve samenleving. Met alle ondersteuning is Nederland hopelijk binnenkort weer iets dichter bij ‘onbeperkt’!







ARTIKEL: HOE KOM IK VAN DE HIK AF?
bron: Redactioneel/Zorg.nu. door: Marlies van der Vloot.

Heeft de hik een functie? Krijg je het van alcohol of gekruid eten? Wanneer moet je naar de dokter? Huisarts Wieger van de Kolk vertelt je feiten en fabels over de hik.

Wat is de hik?

De hik is een onwillekeurige samentrekking van je middenrif. Je middenrif is een spier die zich bevindt tussen je borstkas en je buikholte. Je krijgt vaak de hik wanneer je te snel eet of drinkt. De hik is onschuldig en gaat vaak snel en vanzelf over.

Feit of fabel:

De hik heeft geen functie.

Ja, dat klopt. De hik is eigenlijk een soort kramp van je middenrif en ontstaat door een overprikkeling van je maag.

De hik kan komen door gekruid eten of alcohol.

Dat is deels waar. Door alcohol krijg je sneller de hik, maar gekruid eten als oorzaak is nooit bewezen.

Als ik langer dan twee dagen de hik heb, moet ik naar de dokter.

Ja, dat is een feit. Vaak gaat de hik vanzelf over, maar als je langer dan twee dagen de hik hebt is het verstandig om met de dokter te kijken waarom deze niet overgaat.

Er zijn trucjes om de hik te stoppen.

Iedereen kent wel een trucje om de hik te stoppen. Bijvoorbeeld een glas water drinken, of dat zelfs doen als je half op je kop staat. Van geen enkel trucje is echter bewezen dat het écht helpt. En iemand laten schrikken, dat is zeker geen goed idee.

Er is weleens iemand overleden aan de hik.

Dat is niet waar. Aan de hik zelf ga je niet dood. Maar als je langdurig de hik hebt, is het goed om te kijken of er geen onderliggende ziekte is. Ook mensen met een kwaadaardige ziekte in de laatste levensfase, kunnen soms last hebben van een ernstige, moeilijk te behandelen hik.







ARTIKEL: KABINET: MERKBAAR MINDER DREMPELS VOOR MENSEN MET EEN BEPERKING.
bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Ton van Vugt.

Of het nou gaat om wonen, sporten, werken, onderwijs en cultuur, zorg of vervoer: mensen met een beperking moeten in alle belangrijke onderdelen van het leven merkbaar minder drempels gaan ervaren. Het kabinet wil dat mensen met een beperking daarom op alle niveaus, van agendasetting tot uitvoering, betrokken worden bij het opstellen van plannen om Nederland toegankelijker te maken. Dat staat in het programma ‘Onbeperkt Meedoen’ dat het kabinet vandaag aan de Kamer heeft gestuurd.

In Nederland hebben ruim 2 miljoen mensen een beperking. Ze zijn slechtziend, blind of doof, hebben een lichamelijke of verstandelijke beperking of een psychische of psychiatrische aandoening. Zij lopen regelmatig letterlijk en figuurlijk tegen obstakels aan. Er wordt al veel gedaan om mensen met een beperking mee te kunnen laten doen. Maar mensen ervaren dat nog niet altijd. Het kabinet wil op verschillende terreinen betekenisvolle stappen zetten. Het gaat hier onder andere om:

1. Het ontwikkelen van een richtlijn voor toegankelijk bouwen en verbouwen, zodat voor iedereen die betrokken is in het ontwikkel- en bouwproces duidelijk is wanneer een gebouw goed toegankelijk is en welke maatregelen daarvoor nodig zijn.

2. Er komt in de verschillende onderwijssectoren een dialoog met koepels, scholen, docenten, leerlingen en hun ouders over inclusiever onderwijs, het verbeteren van de ondersteuning voor leerlingen en studenten en het wegnemen van drempels in het leren en studeren.

3. Er worden nieuwe streefcijfers voor de toegankelijkheid van bus- en tramhaltes en treinstations vastgesteld. Zo moeten in 2030 alle stations toegankelijk zijn gemaakt.

4. Per 1 januari 2019 moeten alle stemlokalen toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking.

5. Er wordt ingezet op het vergroten van de toegankelijkheid van websites en apps.

Het kabinet trekt in het programma samen op met ervaringdeskundigen, gemeenten, bedrijven, brancheorganisaties en de Alliantie van samenwerkende organisaties van mensen met een beperking of chronische ziekte.

Gisteren maakten werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland bekend dat ze tienduizenden ondernemers in de detailhandel, de horeca en de levensmiddelensector actief met actieplannen gaan helpen om hun bedrijf of website toegankelijker te maken.

De VNG zal op hun beurt een kopgroep vormen van 25 gemeenten die voorop lopen bij het uitvoeren van het VN-Verdrag Handicap. De groep gaat met hun ideeën andere gemeenten helpen.

Het kabinet ondersteunt de Alliantie, VNO-NCW, MKB-Nederland en de VNG met 3 miljoen euro om hun plannen uit te voeren.

Sinds 14 juli 2016 geldt het VN-verdrag Handicap. Het doel van dit verdrag is dat de positie van mensen met een handicap verbetert. Op www.meedoenmeteenhandicap.nl is informatie te vinden over wat mensen kunnen doen om bijvoorbeeld hun winkel of sportclub toegankelijker te maken.







ARTIKEL: STOP HET ONNODIG WISSELEN VAN MEDICIJNEN.
bron: Redactioneel/Patiëntenfederatie Nederland. door: Carlijn de Groot.

Minister Bruins moet met patiënten, experts, artsen en apothekers een lijst opstellen van medicijnen die niet mogen worden gewisseld zonder medische noodzaak. Dat schrijft Patiëntenfederatie Nederland aan de Tweede Kamer. Die praat volgende week over geneesmiddelen.

In de brief stelt de Patiëntenfederatie dat per jaar ongeveer een miljoen patiënten in de apotheek een ander medicijn krijgen dan het geneesmiddel dat de dokter op het recept zette. Sommige patiënten overkomt dat zelfs verschillende keren in een jaar.

Wisselen van medicijnen kan grote gevolgen hebben voor patiënten, zo bleek uit eerder onderzoek van veertien patiëntenorganisaties onder bijna tweeduizend patiënten. Ruim een derde voelt zich zieker na omzetting naar een ander merk dan hun vertrouwde medicijn. Bijna een kwart van de mensen moest hierdoor een extra medisch onderzoek ondergaan.

De Patiëntenfederatie vraagt de Kamer en de minister om tevens te garanderen dat als er 'medische noodzaak' op het recept staat, dit middel ook echt wordt verstrekt door de apotheek. Dat is nu lang niet altijd het geval.

> Lees hier de brief aan de Tweede Kamer







ARTIKEL: HN-INFOPUNT: KAN ALS MET MEDICIJNEN BEHANDELD WORDEN?
Dagelijks een duidelijk antwoord op een gestelde vraag.
Beantwoord door de mederwerkers van ons HN-INFOpunt.

Wij ontvingen de volgende vraag:

"Bij mijn schoomoeder is ALS vastgesteld. Is ALS met medicijnen te remmen of misschien wel te genezen?"

Onze HN-informateur antwoord:

Over de oorzaak van ALS is nog maar weinig bekend en er bestaat nog geen geneesmiddel. Hoop op een toekomst – met een gemiddelde levensverwachting van 3 tot 5 jaar na de eerste klachten– is er dus nog niet.

Er is maar één manier om ALS de wereld uit te helpen: wetenschappelijk onderzoek, om een oorzaak en een behandeling te kunnen vinden. Omdat we nog maar zo weinig weten over het ontstaan wordt in onderzoek echt alles meegenomen: omgevingsfactoren, de rol van voeding tot aan het DNA. Dit is een dure aangelegenheid zonder structurele hulp of subsidies vanuit de overheid en daarom is Stichting ALS Nederland zo belangrijk. Zij maakt samen met het ALS Centrum onderzoek mogelijk.

ALS is een progressieve aandoening. Dit betekent dat iemand met deze ziekte steeds verder achteruit gaat. Het enige medicijn dat het ziekteproces enigszins vertraagt is riluzol (merknaam Rilutek). Dit middel is sinds 1995 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Rilutek en als het merkloze Riluzole in tabletten. Nieuwe medicijnen, in combinatie met riluzol, zullen de komende jaren ontwikkeld moeten worden. Meer kennis over de oorzaak van ALS is hiervoor essentieel. Dit medicijn kan het leven van de patiënt met gemiddeld 3 tot 6 maanden verlengen

Op de website van Sanofi-Aventis, de producent van Rilutek, kunt u meer informatie vinden en productinformatie downloaden over Rilutek.







ARTIKEL: ONZE LACHAFSLUITING.
Onze dagelijks afsluiting met een lach.
Vandaag ingezonden door Grotenbeels.

Mededeling:
Het Stadsbestuur heeft de aankoop goedgekeurd van een nieuwe brandweerwagen.
Er werd ook beslist om de oude brandweerwagen te behouden…
… om in te zetten bij vals alarm!











En hiermee zijn we weer aan het eindgekomen van deze laatste editie van deze week.
We wensen jullie allen een heel prettig weekend en tot maandag.

Ga naar:
- Maandag.
- Dinsdag.
- Woensdag.
- Donderdag.
- Vrijdag.